Gemeenteraadsverkiezingen 2026: Pecunia non olet.
Het is een bekende traditie dat de politieke partijen via een verkiezingsprogramma hun ideeën over de komende raadsperiode aan de kiezers kenbaar maken. Veel energie wordt gestoken in de inhoud, maar ook in de vormgeving, slogans, soundbite etc. Tegenwoordig moet ook nagedacht worden over presentatie in de digitale wereld.
Het Kennispunt Lokale Politieke Partijen formuleert de volgende doelen voor een verkiezingsprogramma:
De meeste kiezers lezen geen verkiezingsprogramma’s. Toch moet je als partij wel zo’n programma maken als er verkiezingen in aantocht zijn, bijvoorbeeld om de volgende redenen:
• Je laat er binnen en buiten je partij mee zien waar je voor staat, welke standpunten je inneemt en wat je ambities zijn voor de komende collegeperiode.
• Je kunt het gebruiken in de verkiezingscampagne, voor je verkiezingsstrategie en voor je kandidaten: zij weten waar ze mee instemmen, kennen en onderschrijven de standpunten van je partij.
• Het kan dienen als leidraad tijdens de coalitieonderhandelingen en voor de fractie van je partij bij hun werk in de gemeenteraad.
• Steeds meer gemeenten laten in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen een stemhulp maken, die standpunten van alle partijen met elkaar vergelijkt. Het verkiezingsprogramma vormt daar input voor.
Hoewel een verkiezingsprogramma dus steeds minder gelezen wordt, neemt het nog steeds een belangrijke plaats in. Maar vooral stemwijzers e.d. worden als hulpmiddelen voor het bepalen van de keuze steeds belangrijker.
Op landelijk niveau worden de verkiezingsprogramma’s ook nog gebruikt om de realiteitswaarde van een programma te toetsen. Via de doorrekeningen van het CPB wordt dan zichtbaar gemaakt of de keuzes van de verschillende politieke partijen inderdaad leiden tot het gewenste beleid. Hoewel niet iedereen zich kan vinden in deze doorrekeningen, is het toch een van de weinige mogelijkheden voor een kiezer om de juistheid van een beleidskeuze te doorzien.
Maar hoe anders is dit bij de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen. Wie op zoek gaat naar een financiële paragraaf komt van een koude kermis thuis. Geen enkel verkiezingsprogramma van de Amersfoortse politieke partijen kent een gedegen financiële paragraaf. Sterker nog, niemand heeft enige vorm van een begroting opgenomen. Plannen worden gepresenteerd zonder enige duiding van wat het mag kosten. En nog onduidelijker is waar het geld vandaan moet komen. Er zijn zelfs verkiezingsprogramma’s waar elke vorm van financiële onderbouwing ontbreekt.
Ravijnjaar
Al enkele jaren zoemt deze term door het gemeenteland. Het verwijst naar een veranderde systematiek in de verdeling van de bijdragen uit het gemeentefonds en de omvang van dit gemeentefonds. Rekenmeesters hebben berekend dat in 2026 voor alle gemeenten die inkomsten zoveel gaan dalen dat zij bijna allemaal in grote financiële problemen gaan komen. De vorige regering (Schoof) heeft een deel van dit probleem voor 2026 tijdelijk opgelost, maar het is geen structurele oplossing. Volgens alle experts is het ravijnjaar alleen maar verschoven. Het is niet meer 2026, maar 2028.
Ook in de Amersfoortse meerjarenbegroting is terug te vinden hoe de (verwachte) inkomsten gaan dalen.
In de landelijke politiek gaat het vooral over voorgenomen bezuinigingen. Bijzonder dat deze mogelijkheid de kiezer bij de gemeenteraadsverkiezingen niet geboden wordt. Zoals het er nu uitziet, gebeurt hetzelfde als in de afgelopen periode, toen halverwege de raadsperiode besluiten zijn genomen over een bezuinigingspakket, zonder raadpleging van de kiezers. Er zijn wel inspraakmogelijkheden geboden, maar dit is iets anders dan de keuze bij de kiezers neerleggen. Want juist bezuinigingen (wat doe je niet meer, of wat doe je minder) zijn de bron van vele politieke discussies en zijn vaak ook doorslaggevend voor het stemgedrag. Het maakt echt wel iets uit of je van tevoren weet dat een partij bezuinigt op het sociaal domein of dat een partij de tekorten wil opvangen door niet in cultuur te investeren.
Wat vinden we wel terug?
Er zijn een paar Amersfoortse partijen die wel iets melden in hun verkiezingsprogramma. Het meest concreet is het CDA dit meldt dat er vanaf 2027 4% minder inkomsten komen, wat neerkomt op 30 miljoen euro. Maar een concreet antwoord hoe dit opgelost gaat worden, blijft uit. En daarin staat deze partij niet alleen, want geen enkele partij komt met concrete plannen voor bezuinigingen.
Soms is er helemaal niets vermeld en soms staat het bol van algemene dooddoeners, zoals ‘ een solide, realistisch, transparante begroting’. Maar wat dit precies inhoudt en waarin dit verschilt met de huidige situatie blijft onduidelijk. De meeste partijen willen bijvoorbeeld geen (sterke) verhoging van de OZB. Daarnaast zijn ook meerdere partijen voorstander van het beperken van externe inhuur.
Wellicht het duidelijkst is GroenLinks/PvdA die in hun verkiezingsprogramma schrijven dat er niet automatisch bezuinigd gaat worden. Verhogen van de belastingen (waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen) wordt niet uitgesloten. Daarin is deze partij misschien wel het meest eerlijk van allemaal. Want alle verlanglijstjes van de verschillende partijen kosten geld. En dit geld moet wel ergens vandaan komen.
Het beeld wat opdoemt is een groep (verwende) kinderen, die al hun wensen mogen opsommen zonder zich te bekommeren over betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Want het is uitgesloten dat alle plannen binnen de komende vier jaar in voorbereiding kunnen worden genomen, laat staan dat ze ook nog uitgevoerd kunnen worden. Realisme is soms ver te zoeken.
De woorden van een zuinige minister-president Drees: “Niet alles kan, en zeker niet tegelijkertijd.” zijn niet aan de Amersfoortse politieke partijen besteed.
Het zou mooi zijn als de Amersfoortse politieke partijen dit zouden beseffen en de Amersfoortse kiezers zouden bestoken met haalbare doelen en bijbehorende reële begrotingen. Zoals keizer Vespasianus het ooit gezegd heeft ‘Pecunia non olet’ , geld stinkt niet, je mag er dus best over praten.