Amersfoort in de toekomst (2): de grijze golf
In het vorige deel is ingegaan op de geprognosticeerde groei van woningen en daaraan gekoppeld voorzieningen en bedrijvigheid. Je kunt dit zien als de hardware van de maatschappij. In dit artikel wordt ingegaan op de software van onze maatschappij: de bevolking. Hoe gaat deze zich ontwikkelen tot het jaar 2050?
Net als bij computers bestaat er een relatie tussen software en hardware. Bepaalde software kan pas draaien als er een bepaalde kwaliteit van hardware aanwezig is (bijvoorbeeld geheugencapaciteit, rekenkracht). Een dergelijke samenhang bestaat er ook in de maatschappij tussen wonen en de mensen.
In 1887 schreef Tönnies al over Gemeinschaft en Gesellschaft, waarbij de eerste term refereert aan het bestaan van veel affectieve relaties in een samenleving en de tweede term vooral aan het bestaan van meer institutionele (economische) relaties. Zie hier het verschil tussen platteland en stad. Later komt de Franse socioloog Emile Durkheim met zijn boek ‘Le suicide’ (1897), waarin hij een relatie legt tussen zelfdoding en de grote stad. Al vroeg was dus duidelijk dat verdichting van de woningbouw leidt tot veranderingen in het gedrag, maar ook in samenstelling van de bevolking.
En ook nu zijn er onderzoekers die een relatie leggen tussen woningbouw en samenleving. Begin dit jaar kwam het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid met het rapport ‘Van woning naar werk: de invloed van woningbouw op woon-werkverkeer’. Dit rapport -in opdracht van het Ministerie van infrastructuur en Waterstaat- laat zien dat er een relatie bestaat tussen woningbouw, huishoudens, werk-kenmerken en woon-werkmobiliteit. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Het laat zien hoe de verschillende beleidsterreinen elkaar in min of meerdere mate beïnvloeden. Mensen zoeken bepaalde type woningen met bepaalde kenmerken, bijvoorbeeld grondgebonden woning met meerdere slaapkamers. Daarbij kijken ze ook naar de aanwezigheid van passend werk en uiteindelijk leidt dit dan tot een bepaald mobiliteitsgedrag. De samenhang is dus belangrijk ook in de toekomst.
Bovenstaande voorbeelden laten zien hoe nauw de woningbouw (hardware) samenhangt met de bevolking (software) en dat dit soms minder gewenste ontwikkelingen tot gevolg heeft. Er is dus behoefte aan een samenhangende visie. Interessant in de gemeente Amersfoort is het feit dat er drie wethouders van verschillende partijen over deze domeinen gaan, en dat er nauwelijks sprake is van een samenhangende visie.
Er is éen zekerheid: de samenstelling van de bevolking zal wijzigen.
Verandering bevolking in leeftijdsklassen
Wie de prognoses van de nationale onderzoeksbureaus er op na slaat, ziet een aantal trends die in min of meerdere mate ook in Amersfoort zullen voorkomen. Allereerst de groei. Zoals in het voorgaande artikel over de toekomst van Amersfoort al vermeld is, zal de bevolking in Amersfoort tot 20250 alleen maar groeien ( en mogelijk ook daarna).

Bovenstaande kaart geeft de prognose van de bevolkingsgroei weer. Duidelijk zichtbaar is hoe deze groei onevenredig verdeeld is over Nederland. Amersfoort behoort tot de gemeenten die tot 2050 het snelst groeien (meer dan 15%) De samenstelling van de bevolking verandert; we worden allemaal ouder.
Werden (in Nederland) er in 2000 nog ruim 206 duizend kinderen geboren tegen 140 duizend personen die overleden, in 2025 zijn dit 166 duizend kinderen tegenover 172 duizend overleden personen. In termen van geboorte en sterfte is de bevolking al krimpend maar dankzij een positief migratiesaldo groeit de bevolking nog steeds. De prognose voor het migratiesaldo is dat deze ook zal dalen. Tegenover een instroom van nieuwe migranten staat ook een groeiende uitstroom van arbeidsmigranten die weer terugkeren naar hun eigen vaderland.

Hoe in 25 jaar een bevolking in samenstelling kan veranderen laat het bovenstaande plaatje zien. Links de samenstelling van de Amersfoortse bevolking in 2001 en rechts in 2026. Duidelijk zichtbaar is hoe -in absolute aantallen- de hogere leeftijdscategorieën groeien. In de eerste kwart van deze eeuw groeide het aantal scholieren (tussen 4 en 20 jaar) met 4.000, maar het aantal 70+ steeg met 8.000; het dubbele. Getalsmatig is het aantal senioren (70+) groter dan het aantal jongeren met basisschoolleeftijd en de groep jongeren in de leeftijd van voortgezet onderwijs (13-19 jaar). Op zijn minst bijzonder is het te noemen dat deze beide jongerengroepen extra aandacht krijgen van het gemeentebestuur in de vorm van een kinderburgemeester en een jongerenraad.
De groep 70+ zal in omvang groter worden. En deze groep lijkt alleen maar meer aandacht en zorg van het gemeentebestuur nodig te hebben, maar heeft geen specifieke vertegenwoordiging.
Ontgroening
Nederland (en ook Amersfoort) ontgroent. Er worden steeds minder kinderen geboren. De (hierboven gepresenteerde) bevolkingsgrafiek laat dit zien. Deze ontgroening heeft gevolgen voor het aantal basisschoolleerlingen. Ook dit is een landelijk probleem waar Amersfoort in mee gaat. Naast gemeenten die nog een stijging van het aantal basisschoolleerlingen verwachten, zijn er ook gemeenten die dit niet doen. Amersfoort zit daar een beetje tussenin.

Volgens de prognoses valt Amersfoort in de categorie -5% tot 5%. Dus het is onduidelijk of er krimp of groei is van ca 5%. Dit zou neerkomen op ca. 800 leerlingen (gebaseerd op de omvang van de groep kinderen van 4 tot en met 12 jaar in 2025). Dat hier onzekerheid over bestaat heeft alles te maken met het feit dat deze groep in de komende 25 jaar nog geboren moet worden, in tegenstelling tot de groep die met vergrijzing te maken krijgt. De kans op krimp van het aantal basisschoolleerlingen is groter dan een groei ervan.
Wie naar de woningbouwplannen kijkt (Langs Eem en Spoor en Bovenduist) ziet vooral kleine appartementen voor een- en tweepersoonshuishoudens en alleen in Bovenduist zijn meer gezinswoningen gepland.
Vergrijzing

Bovenstaande grafiek uit de toekomstverkenning van het RIVM maakt zichtbaar dat we steeds ouder worden, maar dat dit niet altijd in goede gezondheid gaat. De blauwe afvlakkende lijn geeft het aantal jaren zonder beperkingen aan. Het aantal jaren met beperkingen neemt dus toe. Bij deze beperkingen moet vooral gedacht worden aan beperkingen in mobiliteit, zien en horen. Daarnaast neemt in deze levensfase (75 jaar en ouder) ook het aantal mensen toe die onvoldoende regie ervaren, eenzaamheid ervaren en broosheid. Bij dit laatste gaat het om verminderde weerbaarheid, waardoor kleine kwalen kunnen uitgroeien tot grote. Het spreekwoord ‘ouderdom komt met gebreken’ gaat nog steeds op.
Mantelzorg
De verwachting -gebaseerd op bovenstaande prognoses- is dat het beroep op (mantel)zorg in de komende 25 jaar zal toenemen. De vergrijzing zorgt ervoor dat steeds meer senioren enige vorm van (mantel)zorg nodig zullen hebben. Dit vergroot niet alleen het beroep op de formele zorg, maar ook op de informele mantelzorg. En hier treedt het probleem op van de dubbele vergrijzing. Zowel de formele als de informele zorg heeft ook last van de vergrijzing in de maatschappij.
Het SER rapport ‘Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving: Een integrale aanpak voor een werkende combinatie’ zoekt de oplossing in het verbeteren van de mogelijkheden voor werkenden om mantelzorg te verrichten. Een logische gedachte: het zijn immers de 50plussers die nu en in de komende periode geconfronteerd worden met de mantelzorgvraag van hun ouders. Het merendeel van deze 50plussers werkt en zal dus met zijn/haar werkgever een oplossing moeten vinden voor het verzuim (vaak wisselend in tijd). Tegenover deze toename van de vraag naar mantelzorg staat een achterblijvend aanbod van mantelzorggevers.
De Oldest Old Support ratio geeft het aantal 50- tot 75-jarigen per 85plusser; oftewel de aanbieders van mantelzorg ten opzichte van de vragers naar mantelzorg

Hoewel Amersfoort door zijn iets jongere bevolking het beter doet dan de meeste andere gemeenten, neemt deze ratio ook hier steeds verder af. De ratio is een soort tikkende tijdbom onder de maatschappelijke ontwikkelingen. Iedereen die er over nadenkt weet dat het eraan komt, maar komt niet of nauwelijks in actie. Ook in Amersfoort wordt af en toe geroepen dat er echt werk gemaakt moet worden van de vergrijzing en haar gevolgen, maar concreet wordt het bijna nooit. Wellicht komt dit door het ontbreken van pleitbezorgers. Zoals eerder vermeld, ontbreekt het aan specifieke vertegenwoordiging (zoals bij de kinderen en jongeren) maar ook is de laatste pleitbezorger voor senioren uit de raad vertrokken (Sanders, Beter Amersfoort).
Groei van het aantal alleenstaanden
Naast de vergrijzing en ontgroening is er nog een derde grote verandering in de samenstelling van de bevolking; de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Hiervoor zijn een drietal oorzaken. Allereerst de groei van het aantal ouderen. Naarmate iemand ouder wordt neemt de kans dat de partner overlijdt en iemand alleen achterblijft. Er komen dus steeds meer weduwen en weduwnaars. De tweede reden is het toegenomen aantal scheidingen. Ook hierdoor ontstaan steeds meer parttime eenpersoonshuishoudens.
Bij scheidingen met kinderen wordt vaak voor co-ouderschap gekozen wordt, waarbij beide ouders voor de kinderen zorgen. Dit impliceert dat er een dubbel aantal gezinswoningen nodig is.

Het ABF-Primos dashboard bevolkingsprognose voor de regio Amersfoort laat zien dat het vooral de huishoudens van 75 jaar en ouder, en de eenpersoonshuishoudens zijn, die sterk in aantal toenemen. Steeds minder mensen ervaren de noodzaak om samen te gaan wonen. Het is niet altijd duidelijk of dit een niet willen of niet kunnen is. Uitkeringen (bijstand, maar ook AOW) hanteren het voordeurdelersprincipe waarbij mensen die gaan samenwonen, er financieel op achteruitgaan. Ook zijn veel (zeker bij de nieuwbouw) eenpersoonswoningen (appartementen) zo klein dat samenwonen geen reële optie is. Daarnaast is de maatschappelijke acceptatie voor alleenstaanden alleen maar gegroeid. De ‘verstokte vrijgezel’ is salonfähig geworden.
Amersfoort gaat bouwen. Het voornemen is zelfs 1.000 woningen per jaar, vooral in het project langs Eem en Spoor, en Bovenduist. Maar sluiten deze nieuwe woningen aan op de veranderingen in de Amersfoortse bevolking? Het antwoord is tweeledig. Aan de ene kant: ja. Er is een grote groep woningzoekenden (vooral de een- en tweepersoonshuishoudens) die gebaat zijn met betaalbare (huur) woningen. Aan de andere kant: nee. Er is nog altijd meer behoefte aan grondgebonden woningen dan dat er gebouwd gaan worden. Alleen in Bovenduist zullen er grondgebonden woningen komen. Daarnaast zijn er senioren die graag door willen stromen vanuit hun (vaak grote, grondgebonden) woningen naar minder grote woningen. In de bestaande bouwplannen is daar geen rekening mee gehouden. Verder gaat de gemeente Amersfoort (feitelijk de projectontwikkelaars) een nieuwe weg in. Langs Eem en Spoor wordt een wijk met een hoogstedelijk karakter, en dit is nieuw voor Amersfoort. De vraag is dan: gaan de woningzoekenden van Amersfoort dit waarderen of zijn het vooral woningzoekenden van buiten Amersfoort die een hoge (huur)prijs voor een appartement willen/kunnen betalen? Het kwaliteitsteam rond dit thema wees in haar toelichting al op de uitdaging om de toekomstige bewoners van de huurwoningen te mixen met de liefhebbers van een hoogstedelijk karakter (vaak hoogopgeleiden). Niet onmogelijk, maar het vraagt extra aandacht.
De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de geplande woningbouw niet op alle fronten een passend antwoord heeft op de veranderende samenstelling van de bevolking. Vooral de vergrijzing (en de gevolgen daarvan in toenemende vraag naar mantelzorg in relatie tot een afnemende groep die mantelzorg kan geven), heeft in de plannen tot op heden geen plek gekregen. De hardware en de software van de samenleving sluiten minder op elkaar aan. Vooral de vergrijzing is zorgelijk. Want vergrijzing vraagt niet alleen om aangepaste woningen (geschikt voor rolstoel/scootmobiel etc.) maar stelt ook eisen aan de infrastructuur. Kunnen de mindermobielen straks nog wel opgehaald en weggebracht worden met de auto zonder veel te moeten lopen? Zijne er voldoende bereikbare voorzieningen? Vragen waarop nog steeds geen antwoorden zijn. Maar de al bekende uitgewerkte bouwplannen doen het ergste vrezen.
Deel 3
Amersfoort heeft ook ambities op het gebied van werkgelegenheid. Zo worden weer de maakindustrie en de circulaire economie genoemd. Maar de vraag is in hoeverre dit soort bedrijvigheid nog passend is binnen de geprognosticeerde veranderingen in de bevolking en de beroepsbevolking, en de nieuwe (maatschappelijke) opdrachten voor de samenleving. Hierover gaat deel 3 van deze reeks.
bijsluiter
Stan Iking is socioloog en jarenlang werkzaam geweest als onderzoeker/ beleidsadviseur. Sinds zijn pensionering volgt hij actief de Amersfoortse politiek.
bronnen
https://www.destadsbron.nl/nl/Amersfoort_in_de_toekomst
https://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/vtv-2024/trendscenario/levensverwachting
https://www.ser.nl/nl/publicaties/mantelzorg
werk https://primos.datawonen.nl/viewer/
https://amersfoort.raadsinformatie.nl/vergadering/1452511


opmerkingen