Analyse Gemeenteraadsverkiezingen 2026: tweedeling in Amersfoort?
Er zijn meerdere manieren om de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezing te duiden. De een kijkt naar het aantal behaalde raadszetels, de ander naar het aandeel van de behaalde stemmen, en een derde tenslotte naar het aantal behaalde stemmen. Afhankelijk van de uitkomst maken politici handig gebruik van deze verschillende manieren. Zo claimen landelijk zowel GL/PvdA, als het CDA de overwinning, waarbij het CDA kijkt naar het aantal behaalde raadszetels en GL/PvdA naar het aantal behaalde stemmen op landelijke partijen.
Bij deze analyse bekijk ik vooral het aantal uitgebrachte stemmen op een partij. Weet een partij meer stemmers aan zich te binden of juist niet? In de onderstaande grafiek zijn de absolute verschillen tussen 2022/2026 en partijen weergegeven.

De gele balken zijn de partijen die het college vormen (voor het gemak is hier de PvdA toegevoegd; in 2024 zijn zij gaan samen werken met GL), de blauwe balken zijn de oude oppositiepartijen en nieuwkomers in de raad. De rode balk geeft de toename van het aantal uitgebrachte stemmen weer. Dit zijn er bijna 16 duizend meer.
Uit de grafiek valt dus op te maken dat het vooral de coalitiepartijen zijn die hebben verloren. Bij de coalitie verloor de CU ruim 2700 stemmen, een verlies van 37%. De Partij voor de Dieren verloor 1100 stemmen (27%). Naast deze kleinere partijen verloren ook de grootste partijen. D66 verloor ruim 800 stemmen (8%), GL/PvdA verloor bijna 400 stemmen (3%). Het verlies van het CDA bleef met nog geen 200 stemmen beperkt tot 2%.
Bij de oppositie zijn het alleen Amersfoort2014 en SP die hebben verloren. Naar de redenen waarom dit is gebeurd, kunnen we alleen maar gissen.
Het blijft onduidelijk waarom de ene partij meer verloren heeft dan de ander, maar overall is duidelijk dat het beleid van het college door de kiezers van Amersfoort is afgestraft. In de verkiezingsstrijd speelden -naast het wonen, waarover iedereen het grotendeels met elkaar eens was- vooral de thema’s parkeren, AZC’s, windturbines, en grote investeringen (Cultuurhuis) een rol. Dit zijn ook de thema’s die bij de bestaande oppositiepartijen terugkomen, maar ook hebben geleid tot nieuwe lokale partijen. En vermoedelijk is hier de grote opkomst aan te danken. In ieder geval zijn deze nieuwe lokale partijen geen voorstander van het ingezette beleid van het college.

Bovenstaande grafiek geeft het verschil weer tussen de coalitie en oppositie. In 2022 kon de coalitie rekenen op 61% van de stemmen (42.263). in 2026 zijn dit er ruim 5.000 minder (37.071 =44%). Omdat de coalitiepartijen niet hebben geprofiteerd van de hogere opkomst gaan al deze stemmen dus naar de oppositie. Deze groeit van 26.759 (39%) naar 47.844 (56%) Deze toename van ruim 21.000 is groter dan het behaalde aantal stemmen van GL/PvdA en D66 samen.
Lokaal of nationaal
Maar de verschillen kunnen mogelijk ook verklaard worden uit landelijke tendensen. De winst of verlies is dan opgebouwd uit een landelijk deel en een lokaal deel. We onderzoeken dit door de landelijke uitkomsten (aandeel stemmen en winst/verlies van aandeel) in mindering te brengen op het lokale aandeel stemmen en winst/verlies van aandeel.
Stel een partij heeft 10% van alle stemmen, maar landelijk is dit 8% dan is er een lokale component van +2%. Deze verschillen zijn vervolgens te plotten in een matrixgrafiek.

In de kwadranten A en B staan de partijen die meer gegroeid zijn dan landelijk. Dit zijn vooral LOKAAL (alle lokale partijen), VOLT, NSC en FvD. Maar FvD behaalde in Amersfoort een lager aandeel dan landelijk (3,3% t.o.v. 4%)
In de kwadranten C en D staan de partijen die minder gegroeid zijn dan landelijk, of zelfs gedaald zijn, terwijl er landelijk een groei was. Voorbeelden hiervan zijn D66 en VVD. Landelijk was er een groei van respectievelijk 0,9% en 0,1%, terwijl in Amersfoort deze partijen daalden met -3,6% en -0,3%.
In de kwadranten A en C staan de partijen die een lager aandeel stemmen hebben gehaald dan landelijk. Het CDA (als voorbeeld) behaalde landelijk 11,2% van de uitgebrachte stemmen, maar in Amersfoort was dit 9,2%.
In het derde/vierde kwadrant (B en D) staan de partijen die meer stemmen hebben behaald dan je op basis van het landelijk gemiddelde zou mogen verwachten. D66 is op deze manier dan wel de grootste verliezer, maar heeft nog steeds een groter aandeel dan het landelijke gemiddelde, (landelijk 9,3%, Amersfoort 10,5%)
En zo kan iedere partij een winnaar of verliezer zijn, maar deze grafiek geeft wel meer inzicht in het effect van de specifieke Amersfoortse situatie op de uitkomst.
Een theoretische exercitie: het parkeerbeleid
Laten we als gedachtenexperiment uitgaan van het gegeven dat vooral het parkeerbeleid de enige factor is die het stemgedrag verklaart. Op basis van de partijprogramma’s zijn er drie groepen te onderscheiden. De eerste groep zijn de absolute voorstanders. Hier behoren GL/PvdA, D66 en PvdD toe. Samen hebben ze 24.701 stemmen.
Tegenover deze partijen staan de nieuwkomers, zoals Keihart voor Amersfoort, Echt Amersfoort, maar ook bestaande partijen als Amersfoort voor Vrijheid, SP, DENK, Beter Amersfoort en BPA. Deze groep telt bijna 10.000 stemmen meer dan de voorstanders (34.307).
Daar tussenin staan partijen die nuanceringen in het parkeerbeleid willen aanbrengen, zoals niet in Amersfoort-Noord, alleen met instemming van de inwoners. Deze groep bestaat uit VVD, CDA, CU, en Amersfoort2014. Zij hebben bijna 26 duizend stemmen gehaald. Dit levert het volgende beeld op.

De bestaande coalitie heeft haar meerderheid rond het parkeerbeleid verloren. 71% van de stemmers heeft gestemd op partijen die aanpassingen willen, een aantal wat dicht tegen de uitslag van het referendum ligt (het aantal nee-stemmers).
Van stem naar zetel
Helaas wordt deze stemverdeling niet automatisch vertaald naar raadszetels. De (wettelijk vastgestelde) techniek van de verdeling van zetels, zorgt ervoor dat grotere partijen meer baat hebben van deze verdelingsmethodiek dan kleinere. Allereerst zijn er partijen die wel stemmen hebben gehaald, maar niet de kiesdeler. Het zijn ECHT Amersfoort, Volt, NSC en BBB, samen goed voor 3000 stemmen (4% van het totaal).

Uit het bovenstaande overzicht valt op te maken dat GL/PvdA, Keihart voor Amersfoort, D66, CDA, SP en VVD verhoudingsgewijs meer zetels hebben dan stemmen. Keihart voor Amersfoort bijvoorbeeld heeft 12,9% van alle stemmen en krijgt 15,4% van alle raadszetels (6)
Afgehaakt Amersfoort
Naar aanleiding van de Atlas van Afgehaakt Nederland wordt steeds meer aandacht geschonken aan het stemgedrag van Nederlanders die het vertrouwen in de (landelijke/lokale) politiek zijn kwijt geraakt. Daarbij wordt een verschil gemaakt tussen de establishment partijen (de bestaande historische partijen die vooral het politiek circuit beheersen zoals GL/PvdA, CDA, VVD, D66 en CU). Tegenover deze partijen staan de anti-establishment partijen zoals FvD, PVV, maar ook lokale partijen. De verschillen tussen deze groepen van partijen laat zich niet vertalen in de klassieke maatschappelijke tegenstelling.
Zoals het in de Atlas zelf wordt beschreven:
De nieuwe scheidslijnen in de samenleving, in termen van participatie, vertrouwen, maatschappelijke deprivatie en toekomstangst, komen ook politiek-electoraal tot uitdrukking. In plaats van en naast aloude tegenstellingen tussen links en rechts en confessioneel en niet-confessioneel, zien we toegenomen fragmentatie, volatiliteit en de opkomst van (nieuwe) anti-establishment protestpartijen, die vooral de lageropgeleide en ontevreden kiezers representeren.
Kijken we door deze bril naar de uitslag van gemeenteraadsverkiezingen en kijken we ook naar het recente verleden, dan wordt een verschuiving zichtbaar tussen establishment (E-partijen) en anti-establishment partijen (A-partijen)

In de afgelopen vijf gemeenteraadsverkiezingen laten al deze grote establishment partijen een nagenoeg dalende trend zien. De vraag dan is: hobbelen we van incident naar incident of is er sprake van een meer structurele trend? Onderstaande staafgrafiek geeft antwoord op deze vraag.

De toename van de A-partijen wordt hier duidelijk zichtbaar. Het verschil tussen deze twee blokken bedraagt in 2026 nog maar iets meer dan 700 stemmen. Vooral de laatste twee verkiezingen is het aandeel van de anti-establishment partijen toegenomen. Lastig te zeggen of hier sprake is van een nieuwe trend, maar iedereen gaat ervan uit dat deze groep eerder groter zal worden dan kleiner.

Op basis van het aantal uitgebrachte stemmen per wijk kan bepaald worden in welke wijken de E-partijen nog een meerderheid hebben en waar niet meer. Het zijn vooral de zuidelijke wijken en Stadskern die nog een duidelijke meerderheid hebben. Voor de wijken in Vathorst, Hoefkwartier en Hoogland is deze meerderheid twijfelachtig. De wijken rond de Stadskern lijken hun vertrouwen in de politiek te hebben verloren en vertonen meer kenmerken van afgehaakt zijn. Een geografische opdeling van Amersfoort lijkt te ontstaan.
Bruggen slaan of muren bouwen?
Wat betekent deze uitslag voor het besturen van Amersfoort? Een lastig te beantwoorden vraag. De data geven vooral aan wat de kiezers anders willen , maar dan nog niet hoe en wat. Voor mij zijn er een paar duidelijke conclusies:
• Het huidige collegebeleid wordt door een meerderheid van de kiezers – in deze vorm- niet meer geapprecieerd. Uit de cijfers valt niet op te maken waar de knelpunten liggen, maar het is niet onlogisch te veronderstellen dat dit ligt op de terreinen van parkeren, AZC, windturbines. Daarachter schuilt misschien wel een veel groter probleem: de kiezer wil serieus genomen worden in de besluitvorming.
• Het verlies van de coalitie wordt vooral veroorzaakt door de lokale situatie. Hoewel het grotere verlies van ChristenUnie en Partij voor de Dieren voor mij nog onduidelijk is.
• Ook Amersfoort kent ook het probleem van ‘afgehaakten’, die het vertrouwen in de establishment partijen kwijt zijn. En dit gebrek aan vertrouwen lijkt steeds meer te groeien, en vormt daarmee een bom onder het politiek systeem.
• Het valt niet meer vol te houden dat de niet-stemmers eenzelfde politieke verdeling kennen als de stemmers. Juist bij deze verkiezing is duidelijk dat de hogere opkomst de anti-establishment partijen in de kaart speelt. De oude wijsheid dat een hoge opkomst goed was voor CDA en andere partijen gaat niet meer op.
• Er is een tweedeling van Amersfoort op komst (of is er misschien al) waarbij Amersfoort-zuid tegenover de naoorlogse wijken staat (bouw 1950-2000). Vathorst is nog een twijfelgeval. Ook een meerderheid in de dorpen Hoogland en Hooglanderveen lijkt het vertrouwen in de politiek te hebben verloren.
Wat is dan wijsheid?
• De establishment partijen hebben een soort van natuurlijke neiging om binnen hun eigen bubbel op zoek te gaan naar nieuwe partners. Dus de bestaande coalitie, aangevuld met VVD. Hiermee worden de muren om de twee groepen alleen maar hoger. Deze weg leidt tot verscherping van de twee bubbels.
• Anti-establishment partijen kennen eenzelfde neiging. Een coalitie uit de eigen bubbel zal dan ook leiden tot miskenning van de andere bubbel,
• Elke combinatie vanuit een bubbel kent een legitimiteitsprobleem. Een dergelijke combinatie steunt niet op een meerderheid van het totale electoraat. De vraag is dan willen we een rechtmatige uitkomst of ook nog een rechtvaardige?
• Vanuit democratisch oogpunt is een combinatie van partijen uit beide bubbels het meest wenselijk. Toekomstgericht ligt hier ook de beste kans voor de establishment partijen. Als de historische trend zich doorzet dan neemt het belang van deze E-partijen alleen maar af.
• Bruggen bouwen vraagt om concessies doen van alle partijen en investeren in elkaar.
In de komende bestuursperiode gaat de Raad naar een nieuwe vergader- en werkomgeving. Misschien leidt dit vooruitzicht ook tot nieuwe (onorthodoxe) ideeën over besturen en burgerparticipatie.