Diplomademocratie, ook in Amersfoort
In 2011 verscheen het boek ‘Diplomademocratie’, een bijzondere kijk op onze democratie.
In 2025 verscheen onder dezelfde titel (en van dezelfde onderzoekers) een update.
De uitkomsten van 2011 zijn door nieuwe onderzoeken nog scherper onderbouwd.
Een ‘must-read’ voor iedereen die de democratie een warm hart toedraagt.
De strekking van beide boeken is dat het politieke domein steeds meer in bezit genomen wordt door hoger opgeleiden, met name academisch geschoolden. Het is vooral deze groep die een steeds grotere -misschien wel een dominante- positie inneemt op verschillende terreinen van het politiek domein. Denk daarbij aan de raadsleden, wethouders, maar ook aan de ambtenaren en kiezers. En ook actieve leden van politieke partijen en politiek betrokken burgers komen steeds meer uit de groep van hoog opgeleiden. Kortom de onderzoeksresultaten zijn weinig bemoedigend voor de praktisch opgeleiden. En wordt daarmee de democratie steeds minder een democratie? Het antwoord op deze vraag hangt af van de vraag wat men onder democratie en het democratisch proces verstaat. Moet iedereen kunnen meebeslissen, of alleen die personen die verstand van zaken hebben? Gaat het om een meerderheid in de raad, of om breed draagvlak in de samenleving? In dit artikel (maar ook in het boek) wordt alleen de huidige situatie beschreven. Wie zijn nu aan de macht?
Hoe zit dit in Amersfoort? Is hier ook sprake van diplomademocratie? De onderzoeksresultaten zijn landelijk en hebben vooral betrekking op de landelijke politiek. Op basis van specifieke cijfers over de gemeente Amersfoort (vooral afkomstig van het CBS) kijken we of de gevonden uitkomsten ook gelden voor de Amersfoortse politiek. In zijn algemeenheid geldt dat landelijke onderzoeken ook gelden voor Amersfoort.
Allereerst kijken we naar het opleidingsniveau van de verschillende (buitengewoon) raadsleden. Helaas is het opleidingsniveau niet vermeld in de korte presentatie van de raadsleden op de site van de gemeente. Maar met behulp van LinkedIn is van 54 van de 63 (buitengewoon) raadsleden het opleidingsniveau gevonden.

Bovenstaande grafiek geeft het verschil in opleidingsniveau weer tussen de (buitengewoon) raadsleden (buitenste schil) en de Amersfoortse burgers (binnenste schil). Tenminste 81% van alle (buitengewoon) raadsleden heeft een opleiding op HBO of academisch niveau. Van 9 personen heb ik het opleidingsniveau niet kunnen achterhalen maar ik vermoed dat hier ook een aantal hoger opgeleiden bij zitten. In Amersfoort heeft 43% van de burgers een soortgelijke opleiding. Verder heeft 22% van de bevolking een lagere opleiding, maar geen van de (buitengewoon) raadsleden heeft een lagere opleiding. De conclusie is dat ook in Amersfoort de gemeenteraad (inclusief de buitengewoon raadsleden) geen afspiegeling vormt van het Amersfoortse electoraat.
Uit landelijk onderzoek is bekend dat hoger opgeleiden meer stemmen dan anderen. Vooral de Atlas van Afgehaakt Nederland heeft dit onderzocht. Het zijn vooral de hoger opgeleiden die stemmen op de establishmentpartijen (PRO, D66, CDA, VVD, CU), de partijen die al jarenlang de dienst uitmaken in de landelijke politiek.

Bovenstaande kaart van Amersfoort geeft per wijk het aandeel stemmen op de establishmentpartijen weer. Vooral in de zuidelijke wijken van Amersfoort hebben deze partijen relatief veel aanhang, zeker als je de buitengebieden (Hoogland-West en Buitengebied Oost) wegdenkt (geringe aantallen).
In Amersfoort heeft natuurlijk geen onderzoek plaats gevonden onder het electoraat om te onderzoeken of hoger opgeleiden inderdaad op establishmentpartijen stemmen. Maar via een omweg kan wel bepaald worden of het waarschijnlijk is dat zij dit doen. Dit gaat via de correlatie tussen het aandeel hoger opgeleiden per wijk en het aandeel stemmen op deze partijen.

Bovenstaande grafiek geeft deze correlatie weer. De trendlijn maakt duidelijk dat het aandeel stemmen en het aandeel hoger opgeleiden per wijk sterk met elkaar samenhangt. Hoe meer hoger opgeleiden, hoe meer stemmen op de establishmentpartijen. Het zijn vooral de zuidelijke wijken en de wijken in Vathorst waar de establishmentpartijen een meerderheid bezitten.
Naast dit passieve en actieve kiesrecht zijn er nog meer onderdelen in het politiek domein waar de hoger opgeleiden de scepter zwaaien. Bijvoorbeeld bij de gemeentelijke overheid (de ambtenaren). Voor alle beleidsbepalende en beleid adviserende functies is een HBO of academische opleiding vereist. Een blik op de vacaturesite van de gemeente Amersfoort bevestigt dit beeld. Hoofdzakelijk vacatures voor hoger opgeleiden.
Tenslotte noemen de auteurs van het boek Diplomademocratie nog twee onderdelen waar hoger opgeleiden meer gebruik van maken dan praktisch geschoolden. Het gaat hier om de participatie via gestructureerde kanalen (denk aan lidmaatschap van politieke partij, en/of andere lobby-achtige organisaties) en via de ongestructureerde kanalen (inspreken bij raadsvergadering, ondertekenen van petitie). Hoewel hier geen lokale cijfers voor handen zijn, is het zeer aannemelijk dat dit ook in Amersfoort gebeurt.
In Amersfoort wordt vaak gebruik gemaakt van het AmersfoortPanel, een digitaal bestand van welwillende, politiek geïnteresseerde burgers die bereid zijn om een paar keer per jaar bevraagd te worden over actuele thema’s.
De onderzoekers zeggen over het AmersfoortPanel zelf dit:
De leden van het Panel vormen geen perfecte afspiegeling van de Amersfoortse bevolking. Vooral maatschappelijk betrokken mensen, hoger opgeleiden en mensen van middelbare en oudere leeftijd zijn oververtegenwoordigd in het panel. Vanwege het specifieke onderwerp is het daarnaast te verwachten dat vooral panelleden met een uitgesproken mening over het thema mee hebben gedaan het onderzoek. Het is belangrijk de uitkomsten tegen deze achtergrond te lezen.
Interessant is ook dat door de onderzoekers wel gecorrigeerd (gewogen) wordt op leeftijd, huishouden en wijk, maar niet naar opleiding.
Terwijl juist dit boek met allerlei onderzoeken laat zien dat vooral opleiding een dominante factor is, die bepaalt hoe men naar de wereld/omgeving kijkt.
De vertekening door de hoger opgeleiden wordt door de onderzoekers dus wel genoemd, maar verdwijnt vaak in de politieke discussie.
De conclusie kan getrokken worden dat ook in Amersfoort (net zoals vele andere gemeenten) de hoger opgeleiden een dominante positie hebben verworven in het politieke domein en dat zij niet alleen de politieke agenda bepalen, maar ook de uitkomst.
Wie met de kennis van dit boek nog eens terugkijkt op de politieke besluitvorming van Amersfoort in de afgelopen vier jaar, zou zomaar een aantal voorbeelden kunnen noemen waar een botsing heeft plaats gevonden tussen de hoger opgeleiden en de praktisch geschoolden. En dat deze botsingen zo hoog zijn opgelopen heeft alles te maken met het gebrek aan verbinding tussen de twee verschillende groepen. Wie bijvoorbeeld de woorden van de raadsleden na het parkeerreferendum nog eens terugluistert, hoort geen excuus, maar meer een verharding van de eigen standpunten ten opzichte van de andersdenkenden (in dit geval de praktisch geschoolden). Geen verbinding, maar meer afstand.
Momenteel zijn er twee petities over de Stadsring. De ene petitie vraagt om verdere vergroening van de Stadsring dan de afspraken in het collegeakkoord, terwijl de andere petitie juist geen veranderingen wil. Zeer waarschijnlijk zijn de opleidingsniveaus van de mensen achter beide petities verschillend. Wat dan duidelijk wordt is niet een afspiegeling van het draagvlak in Amersfoort, maar de bereidheid tot politieke participatie, en deze is groter bij de hoger opgeleiden.
Amersfoort kent dus diplomademocratie, en daardoor staat de positie van de praktisch geschoolden in het politieke domein onder druk. Waar dit toe kan leiden heeft Amersfoort al kunnen ervaren, niet alleen vanuit de eigen geschiedenis, maar ook andere gemeenten hebben dit soort ervaringen (bijvoorbeeld AZC's). Het gevoel van niet gehoord en gekend worden van de praktisch geschoolden leidt tot allerlei vormen van burgerlijke protest buiten de reguliere inspraakmethoden.
Is dit de weg die Amersfoort ook op gaat?
Er zijn twee argumenten die wijzen op een andere koers.
Ten eerste is er de samenstelling van het nieuwe college. Als de verhalen van de fractieleiders/onderhandelaars kloppen, dan is bewust gekozen om ook de vertegenwoordigers van de praktisch geschoolden (o.a. Keihart voor Amersfoort) deelgenoot te laten zijn van deze coalitie. Er is dus gezocht naar verbinding.
Het tweede argument is de keuze om niet alle besluiten op voorhand dicht te timmeren, maar actief de burgers erbij te betrekken. Eindelijk iets van dualisme. Het probleem is echter: hoe deze praktisch geschoolden weer terug te leiden naar het politieke domein?
De gebruikelijke participatiekanalen worden door deze groep niet of weinig gebruikt. Als de collegepartijen echt werk willen maken van een brede participatie zullen ze uit een ander vaatje moeten tappen.