politieke geografie van Amersfoort 2

door addy schuurman
2 February 2019om 14:39u

De politieke geografie van Amersfoort (2)

In een eerder artikel was te lezen hoe in de jaren dertig de politieke verzuiling de stad in haar greep had en ook geografische gevolgen had. Elke buurt had zijn eigen politieke karakter. Het centrum trok veel katholieke stemmen, het Soesterkwartier was een links ‘arbeideristisch’ bolwerk en De Kruiskamp en het Vermeerkwartier waren vooral protestants georiënteerd. Het Leusderkwartier was heel gevarieerd, terwijl het Bergkwartier vooral deftig-protestants èn liberaal was.

Hoe stond het vijftig jaar later, in 1986? Hadden de oude wijken hun signatuur behouden? En hoe was de politieke kleur van de nieuwe wijken? Immers, na de oorlog had Amersfoort zich uitgebreid in noordelijke en oostelijke richting. Allereerst met de wijken langs de Eem en het Valleikanaal (De Koppel, Liendert-Rustenburg, Schuilenburg, Randenbroek, etc). In het kader van de groeistadambities waren inmiddels ook Schothorst en nieuwe buurten rond het oude dorp Hoogland verrezen. De wijken Zielhorst en Kattenbroek stonden nog in de steigers c.q. lagen nog op de tekentafel.

De afwijkingen tellen

Zoals in het vorige artikel uitgelegd, ga ik de lezer niet lastig vallen met allerlei cijfers, maar ik kies voor een andere opzet. Allereerst heb ik alle resultaten verzameld van alle zestig stembureaus in de stad. Die waren uiteraard over de verschillende wijken verspreid: in het Centrum waren er drie stemlokalen, in het Soesterkwartier acht, in het Vermeerkwartier vijf, etc. Vervolgens is voor elke partij gekeken in welke van deze zestig stembureaus het resultaat het meest afweek van het stedelijk gemiddelde voor die partij. Dat leverde een reeks op van de meest uitzonderlijke uitkomsten en deze staan in de onderstaande tabel vermeld. Een plusteken (+) geeft aan dat een partij in een stemlokaal in die betreffende wijk veel beter scoorde dan het stedelijk gemiddelde en een minteken (-) dat een partij in een stembureau aanmerkelijk slechter scoorde. Omdat er in bijna alle wijken meerdere stemlokalen waren, waren er per wijk ook meerdere plusjes of minnetjes te verdienen. Een voorbeeld: het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) scoorde in het Soesterkwartier in één stemlokaal relatief goed en in twee stemlokalen relatief slecht. In de overige vijf lokalen weken de resultaten slechts in geringe mate af van het stedelijk gemiddelde.

Uitkomsten van de gemeenteraadsverkiezingen per wijk, 1986
stemlokalen CDA GPV SGP/RPF VVD D66 PvdA Progressief Amersfoort
Stadskern 3 - - +++
Nederberg 0
Soesterkwartier 8 - - -
+ - -
- -
- - - - -
- - - -
++++++
Vermeerkwartier 5 - + ++ + + -
Leusderkwartier 4 + + -
+ -
De Berg Noord
2 ++ + - -
De Berg Zuid
5 - - ++ +
Bosgebied 1 +
Randenbroek 4 +
Schuilenburg 3 + + -
Liendert 6 ++ + - - ++
Rustenburg 2
Kruiskamp 4 - -
+++
De Koppel
2 - - - + +
Schothorst Zuid
3 +++ -
Schothorst Noord
2
Hoogland 5 ++ - - -
- -
++++ - - -
Hooglanderveen 1 + - - - - -

Bij een allereerste blik lijken de resultaten in vergelijking met de jaren dertig behoorlijk gewijzigd. De politieke tegenstellingen hebben op het eerste gezicht veel minder een geograrisch aspect. Veel wijken hebben weinig politiek profiel. Vooral de nieuwe wijken die na 1960 tot stand zijn gekomen missen vaak een duidelijke signatuur. Wijken als Randenbroek, Rustenburg en Schothorst Noord wijken nauwelijks af van het gemiddelde, stedelijke beeld. Aan de geografische verzuiling in Amersfoort – in de jaren dertig duidelijk aantoonbaar – was anno 1986 grotendeels een einde gekomen.

Klopt dit beeld ook bij nadere beschouwing? Laten we maar weer eens alle partijen langslopen.

De uitzonderlijke verkiezingsresultaten

Het CDA teerde, zo lijkt het, nog in belangrijke mate op de traditonele aanhang die in de van-ouds-katholieke dorpen Hoogland en Hooglanderveen nog prominent aanwezig was (in laatstgenoemd dorp haalde het CDA liefst 80% van de stemmen). De eertijds grote aanhang in het oude centrum was anno 1986 danig geslonken: in de stadskern scoorde de partij niet uitzonderlijk.

Het GPV, de partij van de Vrijgemaakt gereformeerden (inmiddels opgegaan in de Christenunie), deed het redelijk goed in de traditionele wijken Vermeer- en Leusderkwartier en de naoorlogse nieuwwijken Schuilenburg en Liendert. Opvallend was echter de score in Schothorst Zuid, waar in alle drie stemlokalen bijzonder mooie resultaten werden geboekt. De Guido de Brèsschool aan de Paladijnenweg had klaarblijkelijk een aanzuigende werking (of omgekeerd?) Het was waarschijnlijk niet geheel toevallig dat juist in het stemlokaal aan de Paladijnenweg het GPV meer dan 10% van de stemmen haalde.

De combinatie RPF/SGP is inmiddels uit elkaar gevallen. De Reformatische Politieke Federatie is opgegaan in de Christenunie, terwijl de Staatkundig Gereformeerde Partij vasthoudt aan de eigen identiteit en leerstellingen. De lokale combinatie deed het anno 1986 heel aardig in het Vermeerkwartier. Maar opvallend veel stemmen – 45 stemmen ofwel 11% - werden behaald bij het stembureau op het terrein van Zon en Schild aan de Utrechtscheweg. Of dit omwonenden waren (misschien wel bewoners van het nabij gelegen verzorgingstehuis De Lichtenberg), inwonend personeel danwel patiënten van Zon en Schild is een niet te beantwoorden vraag.

De VVD haalde een groot deel van zijn aanhang nog steeds in de oude wijken: het Vermeerkwartier, het Leusderkwartier, maar vooral in het Bergkwartier. In de twee stemlokalen dichtbij het Stedelijk Gymnasium haalde de partij bijna 50 % van de stemmen! In de naoorlogse wijken werd alleen een mooi resultaat geboekt op het Schuilenburgerplein.Voor het overige scoorde de partij nergens uitzonderlijk goed.

D66 deed het slecht in het Soesterkwartier, maar bijzonder goed in de groeistadwijken die aan het oude dorp Hoogland waren vastgebouwd. Terwijl de partij over de hele stad ruim 5 % van de stemmen behaalde, werden bij Hoogland percentages van 12% of meer behaald. Anno 1986 profiteerde D66 meer dan welke partij ook van de groeistadambities van het gemeentebestuur. Een momentopname?

De Partij van de Arbeid was – evenals in de jaren dertig – nog steeds een factor van betekenis in het Soesterkwartier (en het begin van het Leusderkwartier). In enkele buurten van het Soesterkwartier was de aanhang voor de sociaaldemocraten liefst 60%. Daarnaast deed de partij het ook goed in enkele naoorlogse arbeiderswijken, zoals De Koppel en Liendert. De Kruiskamp – in de jaren dertig nog met veel protestantse stemmers – was dankzij de bouw van omvangrijke sociale woningbouwcomplexen linksaf geslagen.

Progressief Amersfoort – een lokale voorloper van Groen Links – had een duidelijk andere aanhang dan de PvdA. De partij scoorde helemaal niet uitzonderlijk in de typische arbeiderswijken, maar juist in het centrum. In het stembureau aan de Groenmarkt – hartje centrum dus – behaalde de partij bijna 30% van de stemmen.

Een politieke geografie van Amersfoort anno 1986

In de vijftig jaar die sinds de verkiezingen van 1935 waren verlopen, was de bevolking van het centrum sterk veranderd voor wat betreft de politieke voorkeur. Van een katholieke dominantie was de stadskern naar links opgeschoven, richting Progressief Amersfoort om precies te zijn. Of hieraan economische of sociale veranderingen aan ten grondslag lagen is niet duidelijk; het ligt wel voor de hand. Te denken valt bijvoorbeeld aan een toename van kamerbewoning en woongroepen (studenten, alleenstaanden). Helaas blijven dit soort langzame processen dikwijls voor iedereen verborgen….

Het Soesterkwartier was nog steeds, net als in de jaren dertig, een arbeidersbolwerk met veel PvdA-kiezers. Opvallend genoeg had Progressief Amersfoort er geen bijzonder grote aanhang; een signaal, dat de beide partijen qua aanhang nauwelijks concurrenten waren. Het katholieke buurtje rond de Henricuskerk had zijn specifiek katholieke karakter goeddeels verloren: het CDA scoorde er gemiddeld. Het GPV daarentegen scoorde relatief goed in het stembureau in de Spaarnestraat.

De Kruiskamp was dankzij de bouw van diverse naoorlogse sociale woningbouwcomplexen ook een arbeiderswijk geworden met veel stemmers op de PvdA. Deze hadden de oude christelijke kiezers volledig overschaduwd.

Het Vermeerkwartier was in de jaren dertig vooral protestants georiënteerd; de voorgangers van het CDA (ARP en CHU) waren er toen relatief sterk. Anno 1986 was het electoraat wat diverser van karakter. Het CDA scoorde nergens in de wijk uitzonderlijk goed, die plaats was ingenomen door de beide kleine christelijke partijen. Dat de VVD en Progressief Amersfoort hier goed scoorde duidt ook op een veranderings- of diversificatieproces.

Het Leusderkwartier was nog steeds een tamelijk diverse wijk, met dicht bij de stad veel stemmers voor de PvdA en in het gedeelte zuidwaarts vooral christelijk (niet langer CHU maar GPV) en liberaal.

Het Bergkwartier had zijn liberaal en vrijzinnig-democratisch karakter goeddeels behouden. Met name in de zuidelijke buurten langs de Utrechtseweg was de dominantie van de VVD wel vermeerd; daarentegen heersten de liberalen in de omgeving van de Barchman Wuytierslaan als vanouds.
Kortom, in de meeste bestaande wijken was er in vijftig jaar dus niet heel veel veranderd. Grote veranderingen hadden zich alleen in de stadskern en in De Kruiskamp voorgedaan. Wel waren overal kleine verschuivingen te zien. Vooral de kleine christelijke partijen leken wat meer hun stempel op enkele oude wijken te drukken.

Hoe anders was het in de naoorlogse wijken. Deze misten veelal een duidelijk politieke signatuur. Wijken als Randenbroek en Rustenburg konden zonder meer als ‘gemiddelde Amersfoortse wijken’ worden aangemerkt. In de andere wijken waren slechts geringe accentverschillen waarneembaar. In Schuilenburg was rechts iets sterker (dankzij relatief veel GPV en VVD-stemmers), De Koppel was meer links georiënteerd (veel aanhang voor PvdA en Progressief Amersfoort), terwijl Liendert een gevarieerde wijk was met zowel veel aanhang voor de kleine christelijke partijen als de Partij van de Arbeid. In al deze naoorlogse wijken was het dus gelukt – voor zover dat beoogd werd – om gevarieerde buurten te creëren, waarin mensen met allerlei verschillende politieke opvattingen vredig naast elkaar leefden. Anders dan politieke ghetto’s zoals het Soesterkwartier of het Bergkwartier, waar vooral gelijkgestemden samenwoonden.

In de groeistadwijken leek de weegschaal weer door te slaan in de richting van de eenvormigheid. Anno 1986 waren de nieuwe wijken op het eerste gezicht aanzienlijk minder gevarieerd dan de naoorlogse wijken. Weliswaar scoorde Schothorst Noord gemiddeld, maar Schothorst Zuid (klein christelijk) en Hoogland (veel D66-stemmers) hadden daarentegen wel een duidelijk stempel. Desondanks laat ik hier een definitief oordeel achterwege. Amersfoort Groeistad was pas een paar jaar op gang. Daarom pas een volgende keer – naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 – een beter onderbouwd oordeel.

bijsluiter

Addy Schuurman is historicus.

opmerkingen

    nog geen reacties

(maak u bekend met uw volledige naam)

Steun de Stadsbron!

U steunt ons met een gift via IDeal al met een bedrag vanaf 2 euro per artikel.

Draag bij!