de makelaar van Lenin

door addy schuurman

De makelaar van Lenin en Trotski woonde op de Van Campenstraat.

Een spook waart door Europa, het spook van de revolutie.
In de jaren onmiddellijk na 1917 is het onrustig in Europa. In Rusland is de revolutie uitgebroken, weldra gevolgd door een bloedige burgeroorlog. In Duitsland roepen extreem-linkse groeperingen de revolutie uit, maar deze opstand wordt in bloed gesmoord. Zelfs in Nederland hangt enkele dagen (we spreken dan van november 1918) een revolutionaire sfeer, opgeroepen door enkele sociaaldemocratische kopstukken en gevoed door burgemeesters met slappe knieën die bereid zijn terug te treden voor de profeten van de nieuwe tijd. Onder andere in Rotterdam. In Nederland loopt alles echter met een sisser af.

In die onzekere, rumoerige tijden vestigt zich in Amersfoort een gezinnetje: een man, vrouw en drie kinderen. Zij hebben jarenlang over de wereld gezworven, maar keren nu terug naar hun roots. Om eindelijk rust te vinden? Nee hoor, want binnen enkele maanden staan zij in het middelpunt van de belangstelling. Alle ogen richten zich op hun huisje in de Van Campenstraat.
Was is dat voor gezinnetje? Wat komen zij hier doen? Wat speelt zich hier allemaal af? De Russische Revolutie, gestolen juwelen en geheime vergaderingen, daar draaide het allemaal om. En om Sebald Rutgers en zijn echtgenote, Bartha Mees.

Globetrotter

Amersfoort heeft het imago saai en braaf, een kleinburgerlijk stadje te zijn. De bevolking ondergaat de moderne tijd, maar speelt daarin zelf geen actieve rol. Draai deze kwalificaties om en je hebt het leven getypeerd van Sebald Rutgers en zijn gezin. Avontuurlijk en idealistisch, dat zijn de eerste woorden die bij je opkomen als je de biografie van Rutgers bekijkt. Een deel daarvan speelt zich af in Amersfoort. 

Wie was die Sebald Rutgers? Sebald werd geboren in 1879 in Leiden. Zijn vader was de arts en seksuoloog Jan Rutgers, de naamgever van de Rutgers Stichting voor vragen over huwelijk en seksualiteit. Sebald volgde echter niet zijn vader's carrièrepad. Hij koos voor de techniek. Hij studeerde in Delft en als civiel ingenieur (met als specialisatie: gewapend beton) ging hij aan het werk, eerst voor de gemeente Rotterdam, maar in 1911 vertrok hij naar het buitenland. Hij was directeur Openbare Werken in Medan aan de oostkust van Sumatra en vanaf 1915 inkoper voor de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij in de Verenigde Staten.

Al vanuit het ouderlijk huis was hij in aanraking gekomen met het socialisme en tijdens zijn studententijd in Delft - in die dagen een bekend rood bolwerk - werd hij actief lid van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Hij behoorde tot de orthodox-marxistische linkervleugel die in 1909 uit de partij werd gezet. De uitgestotenen richtten de Sociaal-Democratische Partij (SDP) op. In de latere geschiedschrijving zou deze SDP bekend komen te staan als de allereerste communistische partij in West-Europa. Tijdens zijn verblijf in de VS (zijn standplaats was New York) kwam hij in contact met vooraanstaande Russische communisten, zoals Nikolaj Boecharin en Leo Trotski, die beide later een belangrijke rol in de Sovjetunie zouden spelen; Boecharin als partij-ideoloog en Trotski als organisator van het rode leger. Rutgers raakte dus betrokken bij de internationale socialistische/communistische beweging.
Toen in oktober 1917 Lenin de macht greep in Rusland, besloot Rutgers de nieuwe leiders zijn diensten aan te bieden. Hij wilde meewerken aan de opbouw van het beloofde land. Samen met zijn vrouw Bartha Mees (de kinderen werden opgevangen door een Nederlandse familie in Japan) nam hij in juli 1918 de boot naar Vladiwostok. Van daaruit ging de heroïsche tocht richting Moskou, dwars door het door burgeroorlog verscheurde Siberië. Ze passeerden voortdurend de frontlinies en werden geconfronteerd met allerlei krijgsheren en beestachtige moordpartijen. Na een avontuur van ongeveer drie maanden, in september 1918, bereikten zij Moskou en daar bleek Lenin graag bereid de Nederlandse ingenieur te ontvangen. Rutgers' technische expertise kwam goed van pas. Hij werkte enige tijd als hoofdingenieur van de Russische waterwegen en later van de haven van Riga. Ook maakte hij als enige Nederlander het oprichtingscongres van de communistische internationale (kortweg: Komintern) mee, in maart 1918.

Op 14 oktober 1919 gaf Lenin Rutgers de opdracht om terug te keren naar Nederland om in Amsterdam een Westeuropees Bureau van de Komintern op te richten. Mocht Moskou voor de contrarevolutie vallen - en daar zag het tijdens de bloedige burgeroorlog meerdere malen naar uit - dan moest in Amsterdam een nieuw revolutionair vlammetje aangestoken worden.

Met een koffer vol juwelen op weg naar Amersfoort

Sebald en zijn vrouw Bartha (1879-1962) hadden dus al een avontuurlijk leven achter de rug voordat zij in Amersfoort neerstreken. Zij maakten de reis vanuit Moskou ieder apart. Bartha was namelijk al veel eerder richting Nederland vertrokken, in hartje winter van 1918/19. In dikke bontjassen gehuld stak ze na een dagenlange reis in een arrenslee eind januari/begin februari 1919 illegaal de grens tussen Rusland en Oost-Pruisen over. Zij had een kapitaaltje aan juwelen bij zich, voor de communistische strijders in West-Europa. In Duitsland aangekomen reisde ze verder met de trein, via Berlijn naar Nederland. Op het eerste deel van de reis de juwelen angstvallig verborgen houdend, droeg ze tijdens de treinreis haar juwelen juist goed zichtbaar voor haar medereizigers, zodat ze de suggestie wekte een hooggeboren dame te zijn, huis en haard ontvlucht voor de bolsjewieken. Aan de Nederlands-Duitse grens bij Bentheim werd ze echter aangehouden. Al haar contanten in geld ter waarde van 19.600 mark (±  225 euro) moest ze aan de Duitse douaniers afgeven (die kreeg ze later terug), maar de juwelen - een diamantkruis van 50.000 mark, een parelsnoer van 40.000 mark en twee diamanten van onbekende waarde - mocht ze houden en leverde ze in bij haar partijgenoot Herman Gorter (de dichter) in Bussum. Die bewaarde ze veilig, terwijl Bartha op zoek ging naar een koper om de juwelen zo voordelig mogelijk van de hand te kunnen doen. Waar de juwelen uiteindelijk zijn beland is nooit bekend geworden.

Door de aanhouding aan de grens kreeg de pers lucht van de zaak. Allerlei wilde verhalen over de herkomst van de juwelen deden de ronde. Het zouden bloeddiamanten zijn, geroofd van de Russische tsarina die op 16 juli 1918 met het hele gezin was vermoord. Niet te bewijzen claims. Maar dat de communisten niet eerlijk aan de juwelen waren gekomen, spreekt voor zich. Enige tijd later verschenen er ook krantenartikelen waarin gesteld werd dat de opbrengst van de juwelen terecht was gekomen bij de havenarbeiders in Rotterdam, die in het voorjaar van 1920 een staking hadden georganiseerd. De leiders van de Communistische Partij Holland (CPH) ontkenden in alle toonaarden.

Eembode 2 maart 1920.jpg

De Eembode 14 maart 1920.

De kwestie met de juwelen deed ook bij de Nederlandse autoriteiten alle alarmbellen rinkelen. Toen later dat jaar Bartha terug wilde keren naar Rusland, naar haar echtgenoot die toen nog in Moskou zat, werd ze bij de Nederlands-Duitse grens tegengehouden. Ze mocht Nederland voorlopig niet meer verlaten. 

Ze besloot in Amersfoort te gaan wonen, met haar drie kinderen die inmiddels ook vanuit Japan naar Nederland waren teruggekeerd. Waarom ze koos voor Amersfoort is niet bekend. De stad stond niet bekend als een rode stad, partijgenoten op wij ze eventueel kon terugvallen waren er nauwelijks. Bovendien was er een groot garnizoen gevestigd, dat door het gezag voortdurend in de gaten werd gehouden om staatsondermijnende activiteiten onder de militairen te voorkomen. Misschien hing de keuze voor Amersfoort samen met het beroep van Sebald: hij hoopte wellicht als ingenieur aan het werk te komen, bij de spoorwegen of een bedrijf als DHV. Hoe dan ook, op 22 september 1919 schreef Bartha zich in op het adres Johan van Oldenbarneveltlaan 20. Weldra kocht ze echter een huisje op de Van Campenstraat nummer 2. Of ze voor de aankoop een deel van de juwelen heeft gebruikt is niet duidelijk.

Half november 1919 meldde ook Sebald zich op de Van Campenstraat. Hij was half oktober vanuit Moskou vertrokken met 40.000 roebel voor zijn reiskosten en 50.000 roebel voor "partijwerk", aangevuld met juwelen ter waarde van 20 miljoen goudroebel (circa 70.000 euro). Na een dagenlange trein- en bootreis, onderbroken door allerlei oponthoud en afgewisseld met soms kilometerslange voettochten (in het sinds 1914 door oorlog geteisterde gebied waren veel spoorlijnen onbruikbaar), kwam hij in Berlijn aan. Daar zocht hij zijn kameraden op van de Kommunistische Partei Deutschlands, de KPD. Hij besloot bijna al het geld en de juwelen bij hen achter te laten, uit angst voor arrestatie en confiscatie door de Nederlandse douane. De twee aanhoudingen van zijn vrouw aan de grens had van hem ook een verdacht persoon gemaakt. Deze zorgen bleken gegrond: aangekomen bij Oldenzaal werd hij inderdaad gearresteerd, maar na enkele uren - en een telefoontje met de verantwoordelijke minister - kwam hij toch weer vrij. Het in Berlijn achtergelaten geld en bijna alle juwelen hebben de Nederlandse communisten nooit meer teruggezien. Alleen twee edelstenen die voor 12.000 euro werden verkocht, bereikten uiteindelijk Amersfoort. De overige schatten had de Duitse KPD voor eigen gebruik weggesluist.

Spionnen in de kast

In Amersfoort aangekomen, ging Rutgers aan de slag. De opdracht van Lenin behelsde allereerst de oprichting van een bureau van de Komintern in Amsterdam en ten tweede de organisatie van een startbijeenkomst met afvaardigingen van alle westerse communistische partijen, inclusief die van de Verenigde Staten. Beide opdrachten werden echter een regelrecht fiasco. Alles liep in het honderd. Vanwege geldnood en grote interne meningsverschillen over de koers verliep de organisatie van het bureau in chaos. Tijdens de conferentie luisterde de geheime dienst mee met alle geheime vergaderingen. Hoe de inlichtingendienst van de bijeenkomst wist, daarover doen meerdere verhalen de ronde. Zo zou de post van Rutgers zijn geopend met de uitnodigingen voor de conferentie. Volgens een andere versie had een Amerikaanse conferentieganger een slecht vervalst paspoort en liep daarmee in de gaten.

Op de internationale conferentie, vanaf 3 februari 1920 in Amsterdam, zaten in ieder geval enkele spionnen met een dictafoon in een kast verstopt. De uitgewerkte verslagen werden vervolgens door de geheime dienst naar de pers gestuurd. Krantenlezend Nederland kon de geheime discussies dus op de voet volgen. Pas nadat de verslagen in het Algemeen Handelsblad (op 14 februari 1920 ook overgenomen door het Amersfoortsch Dagblad De Eemlander) verschenen, doorzochten de communistische revolutionairen het pand en troffen zij de informanten aan.

Daarna heeft men het gehuurde lokaal verlaten en is de conferentie voortgezet bij enkele kopstukken thuis in Amsterdam. Maar daarbij werden eveneens alle voorzorgsmaatregelen uit het oog verloren. De conferentieleden trokken tijdens de pauzes naar een Amsterdams terras om te lunchen en zetten dan tijdens de maaltijd de discussies in alle openbaarheid voort. Alle bezoekers op het terras konden meegenieten van de gesprekken die ongetwijfeld in een mengelmoes van Engels, Nederlands, Frans en Duits gevoerd werden.

Amersfoort kreeg ook nog een staartje mee van de beraadslagingen. Na het afsluiten van de conferentie besloot een klein groepje bij Rutgers thuis verder te praten. De bekende Engelse suffragette Sylvia Pankhurst verscheen en bij het groepje voegden zich ook nog enkele Duitse communisten die de eerdere beraadslagingen aan zich voorbij hadden laten gaan. De bekendste naam onder die Duitse communisten was Klara Zetkin (die beroemd werd door in 1932 in de Duitse Rijksdag een felle anti-nazirede af te steken, in aanwezigheid van zoín tweehonderd NSDAP-rijksdagleden). De Duitse communiste zou het huis van Rutgers nooit bereiken. Aangekomen op station Amersfoort werden zij en de Zwitserse communist Robert Grimm vanwege ongeldige reispapieren aangehouden en naar Amsterdam gestuurd om door de Vreemdelingendienst te worden uitgezet. In Amsterdam sprong echter de sociaal-democratische wethouder Floor Wibaut voor zijn oude Duitse kennis in de bres en wist haar vrij te krijgen.
In de Van Campenstraat woedde ondertussen een heftige discussie tussen de Nederlandse communisten en hun Duitse kameraden. De Duitsers moesten niets hebben van het Amsterdamse bureau en de daaruit resulterende leidende rol voor de Hollandse communisten in de Communistische Internationale. Die rol kwam hen toe, vonden zij. In dit Nederlands-Duitse conflict velde uiteindelijk Moskou het laatste oordeel: op 4 mei 1920 kwam uit de Russische hoofdstad het bevel het Amsterdamse bureau van de Komintern op te heffen.

Sebald_Justinus_Rutgers.jpeg

Rutgers midden jaren twintig. Bron: https://ru.wikipedia.org/

Volgzaam leerling van Moskou

Voor Rutgers was de opheffing van het Amsterdamse bureau een harde leerschool geweest. Hij verbond er de conclusie aan, in het vervolg niet meer een eigen standpunt in te nemen in discussies op het gebied van koers en ideologie. Hij legde zich bij voorbaat neer bij besluiten uit Moskou. Hij werd een goed en volgzaam Marxist-Leninist. In de jaren dertig, toen hij terugkeek op de gebeurtenissen in het voorjaar van 1920 ging hij diep door het stof vanwege de 'linkse afwijkingen' en het 'sectarisch' optreden, zoals hij het toen omschreef.

Hij bleef echter een globetrotter. Tot 1938 leidde hij een zwervend bestaan, waarin hij elke paar jaar verhuisde. Volgens het vooroorlogse Amersfoortse bevolkingsregister woonde hij in Amersfoort van 1919-1922, van 1925-1926 en van 1931-1938. Het staat echter vast dat hij in die jaren ook langdurig elders verbleef. Na 1920 bijvoorbeeld vertrok hij voor enkele maanden naar Zuid-Europa om daar te herstellen van ernstige gezondheidsklachten. In 1919 had hij in Moskou een zware longontsteking opgelopen die hem bijna fataal was geworden. Sindsdien kwakkelde hij voortdurend met zijn gezondheid.

In 1921 maakte hij weer een reis naar de Sovjetunie. Hij had een uitgewerkt plan voor een Autonome IndustriÎle Kolonie (AIK) van buitenlanders in Kemerovo in Siberië en kreeg toestemming van Lenin om dit plan te realiseren. Op 6 mei 1922 liet hij zich uitschrijven als inwoner van Amersfoort en trok met zijn gezin naar Siberië om in het Koeznetsk-gebied de zware industrie van de grond te helpen. Hij stichtte er onder andere een kolenmijn en een staalfabriek. Samen met een bont gezelschap buitenlandse kameraden (waaronder een groep Nederlanders) legde hij daarmee de basis voor de industralisatie in deze afgelegen en barre regio. Tegenwoordig is Kemerovo een stad met ongeveer een half miljoen inwoners.

ScreenHunter_21 Apr. 10 12.47.jpg

Kemorovo in 1924. (Bron: http://andcvet.narod.ru/anger/03/asd20.html)

In 1926 verliet hij de kolonie en tot 1938 pendelde hij afwisselend tussen Moskou, Wenen en Amersfoort. Hij trad niet meer op de voorgrond, maar speelde nog wel een rol in de voortdurend oplaaiende partijstrijd binnen de CPH in de jaren twintig en dertig. Omdat hij regelmatig in Moskou verscheen kon hij de top van de Komintern zijn oordeel over de toestanden binnen de CPH direct geven. Op deze manier oefende hij invloed uit op de afloop van allerlei conflicten. Hij koos eind jaren twintig bijvoorbeeld partij tegen Henriëtte Roland Holst (de dichteres), toen zij zich aan de kant van Trotski schaarde in zijn strijd tegen Stalin. Rutgers daarentegen koos in alle gevallen voor de partijlijn die in Moskou werd uitgestippeld.

Zijn loyale houding kon echter niet voorkomen dat ook Rutgers op den duur uit de gratie raakte. In maart 1938 kreeg hij de tip dat de lange arm van de Stalinistische Terreur ook zijn richting op ging. Hij vertrok voor definitief uit de Sovjetunie. Zijn bewondering voor de totalitaire dictator leed echter niet onder zijn gedwongen vertrek.

Terug in Nederland zat hij tijdens de oorlog ondergedoken in het Drentse Eelde. Vanaf ongeveer 1950 woonde de oude revolutionair weer in Amersfoort. In adresboeken uit die tijd stond hij ingeschreven op achtereenvolgens de Van Lenneplaan en Regentesselaan. Hij bleef actief binnen de CPN. Zo was hij enkele malen verkiesbaar voor de Provinciale Staten en de gemeenteraad. Zelfs nog in 1958 toen hij al 79 jaar oud was. Een zetel zat er natuurlijk niet in. Begin jaren vijftig liet hij zich opmerken binnen de met de CPN verbonden vredesbeweging, in de afdeling Amersfoort van het 'Vredescomité' dat zich heftig verzette tegen de (oprichting van de) NAVO.
Amersfoort was na al die jaren reizen zijn laatste vaste woonplaats. Hij overleed er in 1961. Zijn vrouw Bartha volgde hem een half jaar later.

Nawoord

Hoe keek de Amersfoortse bevolking naar zo'n buitenbeentje? We weten er weinig van. In de enkele krantenberichten uit de jaren 1919-1922 waarin zijn naam viel beschreef het liberale Amersfoortsch Dagblad De Eemlander de revolutionair in neutrale termen. De krant bezag hem vooral als iemand die het wereldgebeuren - in dit geval de Russische Revolutie - van dichtbij had meegemaakt. Dat maakte hem bijzonder. Heel anders was de berichtgeving in de katholieke Eembode. In het nummer van 17 februari 1920 luidde het: 'Amersfoort geniet de twijfelachtige eer een propagandist voor revolutie en omwenteling naar Russisch model te herbergen. 't Is een zekere heer Rutgers. Rond hem scharen zich meerdere revolutiehelden. Rutgers, die, evenals dit in het buitenland geschiedt, met eenige litteratoren, zieke intellectueelen en avontuurlijke geesten de communistische revolutie wil leiden, betoogde reeds, dat het Roode leger dit voorjaar het proletariaat van Polen en Duitschland zal komen 'bevrijden', en 'als het onze landsgrens nadert, moeten de arbeiders ertoe worden gebracht, zich met hen te verbroederen.' Een schrikbeeld voor de katholieke krant.

Over de reactie van de plaatselijke burgerij is niets gevonden. In het aanwezige politiearchief viel in de eerste maanden van 1920 de naam Rutgers nergens. Niet als object om in de gaten te houden, niet als slachtoffer van misdragingen van de kant van de burgerij. Een kleine anekdote kan wellicht een beetje licht in de duisternis brengen: Bartha hielp een 'Amersfoortsch Comité tot steun aan de hongerenden in Rusland' oprichten. Op het moment dat ze eind 1921 aankondigde te zullen stoppen met het bestuurswerk voor het Comité vanwege het naderende vertrek naar Rusland, trad mevrouw Van Randwijck, de vrouw van de burgemeester, tot het comité toe. Had zij zich voordien door de aanwezigheid van Bartha laten weerhouden? We weten het niet; maar het samenvallen van beide gebeurtenissen is opvallend.

Hoe kijken we vanuit het heden terug op het leven van Rutgers? We kunnen vaststellen dat de lotgevallen van Rutgers en zijn communistische kameraden in 1920 inzicht geven in de ongelooflijke naïviteit die toen heerste in die kringen. Mensen die het plan hadden om de heersende orde omver te werpen lieten zelfs de meest elementaire voorzorgsmaatregelen na. Mensen die in de pers worden afgeschilderd als gevaarlijke beroepsrevolutionairen kunnen soms ook weleens goedgelovige amateurs zijn.

Verder kunnen we stellen dat Rutgers een idealist was, die rond 1920 de conclusie trok dat de politiek hem boven de pet ging en zijn kracht vooral lag in het praktische werk als ingenieur. Je kunt hem verwijten dat hij mede daardoor blind is gebleven voor de misdaden van het regime dat hij hielp opbouwen. Kwalijk is natuurlijk dat hij nooit afstand heeft genomen van de Stalin-dictatuur. Het Dagblad van Amersfoort omschreef hem in 1959 (ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag) als een 'zeer omstreden figuur'. Dat oordeel is terecht.

Maar er is ook een andere kant aan de medaille. In Rusland gedenkt men hem nog steeds met dankbaarheid en is zijn oude woning in Kemerovo uit de jaren twintig een museum. Nederlandse toeristen worden er nog steeds enthousiast rondgeleid.

bronnen

Henny Buiting, Communistische samenzweerders, stakers en geheim agenten http://www.onvoltooidverleden.nl/index.php?id=72 

Albert F. Mellink, Rutgers, Sebald Justinus, in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel 2 (1987), p. 130-132 https://socialhistory.org/bwsa/biografie/rutgers-s 

Hans Olink, Sebald Rutgers (1879-1961): Nederlands ingenieur in de Sovjet-Unie, in: Historisch Nieuwsblad nr. 1 (2014) https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/32505/sebald-rutgers-1879-1961-nederlands-ingenieur-in-de-sovjet-unie.html# 

Gerrit Voerman, De Meridiaan van Moskou: de CPN en de Communistische Internationale, 1919-1930 (proefschrift Groningen, 2001) https://www.rug.nl/research/portal/files/10201820/thesis.pdf 

Archief Eemland: bevolkingsregister, adresboeken, krantenarchief en archief van de gemeentepolitie

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)