Spacecake

door John Spijkerman

Wie wil er statenlid worden? Niet heel veel mensen, denk ik. De provincie heeft een beetje een saai en stoffig imago en staat te ver van de inwoners af. ‘Te bestuurlijk’ en ‘niet met de voeten in de klei of in het zand’… Toch zijn de kandidatenlijsten weer goed gevuld, al dan niet met spookkandidaten, en doen er maar liefst veertien partijen mee aan de Provinciale Statenverkiezingen in Utrecht op 20 maart.

Het imago van de provincie is te eenzijdig, want we leven in buitengewoon interessante tijden: in een periode van grote veranderingen, waarin de provincie een belangrijke rol speelt, of kan spelen. De provincie gaat namelijk over de inrichting en verdeling van de schaarse ruimte, tenminste als ze niet debatteren over grote financiële tekorten bij infrastructurele projecten. De provincie gaat dus over de verdeling van de ruimtelijke cake: de spacecake.

Maar goed eerst nog even terug naar die Provinciale Staten. Als journalist, maar later ook als raadslid, heb ik het kloppend hart van de provinciale democratie bezocht: het provinciehuis. Als journalist omdat ik 15 jaar geleden een herindelingstraject volgde op de Utrechtse Heuvelrug waar de provincie een belangrijke rol in speelde.

Als Leusdens raadslid kwam ik in het Provinciehuis om mijn ongenoegen kenbaar te maken over de Thematische Structuurvisie Kantoren (TSK). Waar Amersfoort zijn Decathlon had, had Leusden de nieuwbouwplannen van Afas. Het provinciale voornemen om massaal kantoorruimte in de provincie – en ook in Leusden - te schrappen, dreigde roet in het eten te gooien voor de nieuwbouw van softwaregigant Afas. Uiteindelijk kwam het allemaal goed, maar dat gemeentebestuurders weleens het gevoel hebben dat de provincie niet altijd medestander is, maar tegenstander, is herkenbaar.

Dat laatste gold ook bij het Openbaar Vervoer. De aanbesteding daarvan is ook een provinciale taak. De provincie Utrecht zette bij die aanbesteding in op ‘vraagafhankelijk vervoer’. Het betekende dat de nieuwe vervoerder Syntus onrendabele buslijnen in Leusden en in Amersfoort schrapte. In Leusden leidde dat tot groot verzet onder de bevolking en in de gemeenteraad. De Leusdense raadsleden probeerden provinciale statenleden en Gedeputeerde Staten op andere gedachten te brengen, maar alle protesten en pleidooien waren aan dovemansoren gericht. Alhoewel, inmiddels is in sommige verkiezingsprogramma’s te lezen dat er de volgende keer bij de aanbesteding van het openbaar vervoer meer gekeken moet worden naar kleine kernen en onrendabele lijnen. Dus wie weet…

Maar de komende decennia gaat het toch vooral om de verdeling van de schaarse ruimte in de provincie. En dat wordt nog een hele uitdaging. De verwachting is dat de bevolking de komende dertig jaar groeit met 200.000 inwoners, tot zo’n 1,5 miljoen. En dan is er natuurlijk ook nog de energietransitie. We moeten over naar duurzaam. Maar tegelijkertijd willen we ook de natuur en het groen in stand houden. Het betekent allemaal nogal wat voor het landschap: 170.000 extra woningen erbij tot 2050, veranderingen aan de infrastructuur door de elektrische auto, zonnevelden, windmolens en extra bedrijventerreinen.

Maar zijn al die verschillende functies wel met elkaar te combineren? Of verandert de provincie straks in een duurzaam zonnepark met windmolens, onderbroken door stedelijke bebouwing, wegen, woontorens en nieuwe woonwijken, met hier en daar een plukje groen?

Ik wens de aankomende statenleden veel succes en wijsheid toe in dit transformatieproces

Tijdens het provinciaal lijsttrekkersdebat op 13 maart in het Eemhuis las John Spijkerman van de Stadsbron  deze column voor. 

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)