2 reacties

bouwkoorts (3): één op de zes nieuwe huurders is import

door addy schuurman

Europese regels schrijven voor dat iedereen zich overal moet kunnen vestigen. Tegelijkertijd hanteert de gemeente Amersfoort een huisvestingsverordening, die de eigen inwoners voorrang geeft bij de zoektocht naar een sociale huurwoning. Mensen van elders wordt niets in de weg gelegd, maar ze worden wel op achterstand geplaatst.

Eigen inwoners eerst?

De Europese Unie schrijft het vrij verkeer van mensen, goederen en diensten voor. Iedereen moet zich dus overal kunnen vestigen. Een denkbeeldig hek om de eigen regio of stad is verboden. Inschrijvingen voor sociale huurwoningen alleen beperken tot mensen die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de stad of de regio, is eveneens uit den boze.

Dat neemt niet weg, dat er bij het toewijzen van woningen een voorkeursbeleid wordt gehanteerd, waardoor Amersfoorters eerder aan de beurt komen dan niet-Amersfoorters. Volgens de laatste Amersfoortse huisvestingsverordening (uit 2018) is ten hoogste 50% van de woningen gereserveerd voor mensen met een ‘economische of maatschappelijke binding met de regio en met de stad’.

Bouwkoorts3_cartoon.jpg

Nu wordt de vraag naar sociale huurwoningen door veel factoren bepaald en de huisvestingsverordening is daarvan slechts één aspect. Desondanks geven de cijfers over het aantal nieuwe verhuringen een eerste indicatie voor de uitwerking van de verordening. Uit deze cijfers blijkt dat verreweg het grootste deel van de sociale huurwoningen in Amersfoort die vrijkomen, naar Amersfoorters gaat. In 2018 kregen 1111 sociale huurwoningen in de stad een nieuwe huurder. Precies 75,7% betrof mensen uit Amersfoort, 7,5% mensen uit de regio en 16,8% mensen van buiten de regio (bron: De Alliantie). Ongeveer één op de zes nieuwe huurders kwam dus van elders. Op het eerste gezicht een mooi evenwicht tussen enerzijds het voldoen aan de vraag van de eigen inwoners en anderzijds zorgen voor voldoende import van elders om de dynamiek in de stad op gang te houden.

En de wachtlijsten dan?

De Europese regelgeving op het gebied van vrije vestiging heeft bijgedragen aan de wachtlijstenproblematiek, zo wordt wel eens beweerd. De redenering gaat als volgt: door de vrije vestiging kunnen mensen zich op meerdere plaatsen inschrijven en dus worden de wachtlijsten kunstmatig opgedreven en is de woningnood in de sociale sector niet half zo erg, als wordt gesuggereerd. Deze redenering is echter niet correct, om meerdere redenen. Ten eerste tellen voor de wachtlijstenproblematiek alleen die mensen mee, die actief hebben gesolliciteerd naar een woning. Mensen die zich in het wilde weg overal inschrijven en dan rustig gaan zitten wachten tot hen een woning wordt aangeboden tellen niet mee. Want zo werkt de woningtoewijzing niet (meer). Bovendien: tien jaar wachten is tien jaar wachten, of dat nu op een wachtlijst is in één regio of in vier regio's.

Toch is er wel iets te zeggen voor het argument dat door de mogelijkheid zich in meerdere plaatsen in te schrijven, het probleem van de omvang van de wachtlijsten onduidelijker wordt. Als in Utrecht woningbouwcorporatie Mitros duizend woningen bouwt, heeft dit natuurlijk gevolgen voor de wachtlijsten in Amersfoort. In die zin hangt er altijd een soort bovenlokale potentie boven de markt om de wachtlijsten in te korten. Maar dat betekent niet dat er sprake is van een kunstmatige ophoging.

In principe kan het verband tussen de wachtlijstenproblematiek en het vrije verkeer op een andere manier worden beschreven. In dat geval laat een corporatie investeringen in nieuwbouw achterwege in de hoop en verwachting dat de corporatie in de buurgemeente of buurregio gaat bouwen. Als iedereen dat doet, wacht iedereen op iedereen en gebeurt er niets. De corporaties zullen ontkennen dat dit fenomeen zich voordoet. Zij maken immers regionale afspraken om dit naar-elkaar-kijken-en-op-elkaar-wachten te voorkomen. Zij denken ook niet in gemeentegrenzen en werken steeds meer vanuit een bovenlokale, regionale bril. De Alliantie is – naar eigen zeggen – “geen Amersfoortse woningbouwcorporatie, die alleen voor de Amersfoortse bevolking bouwt”. De Alliantie bedient een groot deel van de noordvleugel van de Randstad.

Daar staat tegenover dat ondanks deze afspraken en deze regionale aanpak er de afgelopen twintig jaar in Amersfoort per saldo geen enkele sociale huurwoning is bijgekomen. Integendeel, het aantal goedkope woningen is zelfs licht gedaald. Nu kunnen de corporaties daar allerlei goede redenen voor aanvoeren. Maar het risico van kijken-en-wachten was en is reëel èn zal dat ook in de toekomst zijn. Immers, ook gemeenteraadsleden en bewonersgroeperingen staan niet altijd te springen om nieuwe bouwopgaven. Zij zullen een afwachtende houding van de corporaties toejuichen. Voor de eigen kinderen wil men nog wel ruimte zoeken, maar voor import van elders luidt het credo: not in my backyard!

bijsluiter

Dit is het derde artikel in een reeks over de woningmarkt in Amersfoort, mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Lees hier het voorgaande artikel: Bouwkoorts 2

opmerkingen

(maak u bekend met uw volledige naam)

Steun de Stadsbron!

U steunt ons met een gift via IDeal al met een bedrag vanaf 2 euro per artikel.

Draag bij!