Zorgbedrijf handelt in strijd met de wet

door Siem Eikelenboom

Zorgbedrijf Bijzondere Zorg Midden-Nederland, dat een zorgcontract heeft met de gemeente Amersfoort, handelt in strijd met de wet en de eigen statuten. Ook verdiende de bestuurder teveel. Dat blijkt uit onderzoek van De Stadsbron.

Op 30 maart 2016 stapte de 35-jarige Marieke Blok naar notaris Frank van Acker in Zeist. Op advies van haar accountant wilde ze haar eenmanszaak Marieke Blok Opvoedingsondersteuning omzetten naar een besloten vennootschap met de naam Bijzondere Zorg Midden-Nederland.

hoekpandvleeswaren.JPG

Foto: het oude kantoor van BZMN aan de Steynlaan in Zeist

Met deze bv wil zij ‘medisch specialistische zorg op het gebied van het van individuele begeleiding’ aanbieden. Ook gaat het bedrijf zich bezig houden met groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding, 24-uurszorg en beschermd wonen voor toekomstige moeders met een verstandelijke beperking en/of met psychische problemen. Zij wil alles doen via een ‘doelmatige en transparante bedrijfsvoering’.

Op die ‘transparante bedrijfsvoering’ wordt toegezien door een raad van commissarissen (rvc), zo staat te lezen in artikel 18 van de oprichtingsstatuten die zij deze dag door de notaris laat vastleggen. Deze rvc moet onder andere beleidsplannen, jaarrekeningen en de exploitatiebegrotingen van haar bv goedkeuren.

Op basis van deze statuten krijgt BZMN kort na oprichting een zogeheten WTZi-erkenning van het CIBG, een onderdeel van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Een WTZi-erkenning is nodig om zorg (in het kader van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg) te kunnen declareren bij de zorgverzekeraars.

Maar onderzoek van De Stadsbron wijst uit dat BZMN helemaal geen rvc heeft. Het bedrijf draait al sinds de oprichting in maart 2016 zonder toezichthouders. ‘Dat mag niet’ reageert een woordvoerder van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). ‘In artikel 6.1 van het Uitvoeringsbesluit WTZi staan bepalingen met betrekking tot de bestuursstructuur. Deze eisen houden in dat er een orgaan is dat toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling en deze met raad ter zijde staat.’

Door al drie en een half jaar te opereren zonder toezichthouders loopt BZMN grote risico’s, zegt Jeroen Elslo, gespecialiseerd advocaat in het ondernemingsrecht. Een belanghebbende, bijvoorbeeld het zorgkantoor of de gemeente Amersfoort, kunnen de rechtbank verzoeken om alsnog een rvc te benoemen. ‘Dat geldt in het bijzonder voor zorginstellingen omdat die na een wetswijziging over een toezichthoudend orgaan moeten beschikken’, stelt Elslo

Bestuurder Marieke Blok zegt in een reactie op 2 oktober dat ze bezig is met de installatie van een rvc: ‘Ik ben al enige tijd bezig met de werving- en selectieprocedure en heb met potentiële kandidaten gesproken. Ik verwacht binnen afzienbare tijd deze procedure af te ronden en tot de benoeming over te kunnen gaan.’

deur.JPG

Maar dit schreef zij ook al in een mail van afgelopen mei, toen De Stadsbron over de niet aanwezige toezichthouders informeerde. Toen gaf zij aan dat tijdens een bespreking van de jaarrekening 2017 haar accountant haar er op had gewezen dat zij verplicht was om een rvc te installeren. ‘Door omstandigheden heb ik de installatie van deze raad nog niet afgerond. Ik hoop de komende maanden de selectie af te ronden en de raad formeel te kunnen installeren.’

De afwezigheid van toezichthouders is niet alleen in strijd met de WTZi en de eigen statuten, het is ook een flagrante schending van de Governancecode Zorg waarin een rvc of een raad van toezicht van cruciaal belang is voor de governance (het hele stelsel aan wetten en regels omtrent goed bestuur) van zorgorganisaties.

Maar er is meer mis bij BZMN. Er blijkt ook gerommeld met het salaris. Jaarlijks moeten zorginstellingen binnen zes maanden na afloop van een boekjaar bij het CIBG het zogeheten Wnt-formulier (wet normering topinkomens) deponeren. Op dat formulier vult de zorginstelling in wat de bestuurder het afgelopen jaar heeft verdiend.

Die verdiensten zijn gekoppeld aan een maximum dat afhankelijk is van onder meer de grootte van een zorgbedrijf en de soorten zorg die worden verleend.

In 2016 viel BZMN in klasse 2. Daarvoor gold dat jaar een maximumsalaris van 120.000 euro. Maar uit het Wnt-formulier blijkt dat Blok in 2016 150.000 euro verdiende, dus 30.000 euro boven de norm. Dat salaris werd betaald door haar eigen holding, de UZorg Groep, dat in totaal voor het besturen van BZMN een managementfee van 181.500 euro rekende.

Verdiende Blok in 2016 al meer dan wettelijk was toegestaan, in 2017 ging het helemaal mis. Dat jaar betaalde BZMN aan Zorg Groep een managementfee van 254.000 euro. Van dat bedrag ontving Blok als bestuurder van BZMN 176.500 euro als salaris. Maar omdat daarvan 55.500 euro als “onverschuldigd” gold, bleef Blok netjes binnen het maximumsalaris van 121.000 in 2017.

Of niet? Want hoe zat het nou met die enorme managementfee? Dat is veel geld en dat is terechtgekomen bij de holding die van Blok zelf is.

De Stadsbron stelt daarover vragen eind juni aan het CIBG, het al eerder genoemde onderdeel van het ministerie van VWS. Of de toezichthouder in actie komt, is vervolgens geheim. Dat mag het CIBG volgens de wet niet vertellen aan de buitenwereld. Maar enkele weken later deponeert BZMN de jaarrekening 2018 bij het CIBG. En wat blijkt? Er heeft een correctie plaatsgevonden voor de managementfee over 2017. Het bedrag van 254.100 euro is met ruim 107.000 euro verlaagd.

verlagingfee.JPG

Gevraagd naar een reactie laat accountant Van Hamersveld van BZMN weten: ‘Op enig moment is geconstateerd dat de Wnt niet juist was toegepast. Dit is na constatering achteraf gecorrigeerd.’

BZMN kwam voor op een lijst van zorgbedrijven die over 2016 en 2017 opmerkelijk hoge winsten hadden geboekt. In 2016 boekte het zorgbedrijf een winst van 672.510 euro op een omzet van bijna 2,3 miljoen euro. Een winstpercentage van 29,8%, een uitzonderlijk hoog percentage in de zorg. In 2017 liep dit winstpercentage terug tot 14,3% en in 2018 tot 6,2% van de omzet. Maar ook in 2018 boekte BZMN nog altijd een winst van 224.159 euro.

De lijst was opgesteld door onderzoeksplatform Follow The Money, radioprogramma reporter en tv-programma Pointer (KRO/NCRV). In een reactie daarop zegt Blok in een verklaring op de website van BZMN: ‘Ons streven is nooit een hoog rendement geweest. Onze bedrijfsvoering maakt dat wij over 2017 een relatief hoog rendement hebben gemaakt’. Die bedrijfsvoering bestaat naar eigen zeggen uit ‘erg lage kantoorkosten’ voor een kantoor in hartje Zeist en door zoveel mogelijk met flexibel inzetbare zorgverleners te werken. Verder vragen innovaties als de lancering van een lunchroom volgens Blok de ‘nodige investeringen’.

Maar een studie van de jaarrekeningen en de structuur van het bedrijf leert dat Blok flink aan de zorg verdient.

BZMN hangt met twee andere vennootschappen onder de holding Zorg Groep. Daarvan is Blok enig bestuurder en aandeelhouder. Eind 2017 had deze holding bijna 1,3 miljoen euro aan eigen vermogen. Hoeveel dat eind 2018 was, weten we niet: de jaarrekening over dat jaar is nog niet gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

In 2016 en 2017 kon BZMN nog veel winst maken doordat de instelling weinig kosten kwijt was aan kantoorruimte. Maar inmiddels heeft BZMN de kleine ruimte aan de Steynlaan in Zeist verlaten. In februari 2019 kocht het zorgbedrijf voor 705.000 euro een ruim pand aan de Prof. Sproncklaan in Zeist.

pandzeist.JPG

BZMN is al de tweede zorginstelling met een zorgcontract met de gemeente Amersfoort die het salaris van de bestuurder verlaagt. In juni berichtte De Stadsbron dat het verlieslijdende Nedahuis, dat zorg levert aan migranten en vluchtelingen, in strijd met de wet handelde door geen duidelijkheid te bieden over het salaris van zijn directeur Soheila Yousefi. De kleine Amersfoortse zorginstelling maakte alleen bekend dat ze jaarlijks bijna 169.000 euro managementvergoeding betaalt aan een holding waarvan de directeur van Nedahuis enig bestuurder en aandeelhouder was. Maar over het salaris van de directeuren Nedahuis vermeldde de jaarrekening niets. Een Wnt-formulier ontbrak.

Een maand later diende Nedahuis een nieuwe jaarrekening over 2018 in bij het CIBG. Daaruit bleek dat bestuurder Yousefi in 2018 feitelijk 144.804 euro verdiende, bijna 20.000 euro meer dan volgens de Wet mocht. Dat bedrag moet zij terugbetalen.

bijsluiter

Siem Eikelenboom is freelance onderzoeksjournalist, werkzaam bij o.a. De Stadsbron en onderzoeksplatform Follow The Money. Hij is tevens part-time docent onderzoeksjournalistiek aan de Universiteit van Amsterdam en geeft trainingen en lezingen.

bronnen

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de door BZMN gedeponeerde jaarrekeningen bij het CIBG, onderdeel van het ministerie van VWS en de door BZMN ingevulde Wnt-formulieren. Ook is gebruik gemaakt van de Kamer van Koophandel en het Kadaster. Er is een uitvoerige mailcorrespondentie geweest met de directeur en de accountant van BZMN. Verder is gesproken met het CIBG en de IGJ.

opmerkingen

(maak u bekend met uw volledige naam)