Roaring twenties in Amersfoort: vrolijke jazztonen met een enkele valse noot

door Addy Schuurman

In de eerste aflevering van de nieuwe NPO-documentaireserie Een bezeten wereld wordt een beeld gegeven van de danscultuur in het interbellum. In de jaren twintig drong in Nederland de zwarte jazzmuziek door en ontstonden overal dancings waar jonge mannen en vrouwen in hun vrije tijd massaal op deze opwindende muziek dansten. Tot grote bezorgdheid van de kerk en de autoriteiten, die met name in de vrijgevochten vrouwen op de dansvloer de zedenverwildering belichaamd zagen. De zedig geklede jonge vrouw van voor 1914 - in het korset geregen – droeg na 1918 een vlot mouwloos jurkje en had een pittig page- of bobkapsel. De vrouw was geen vrouw meer, zo klonk het, maar oogde als een halve man.

e1edf4e1klein formaat.jpg

De Eembode, 12-10-1928. Advertentie van modehuis Ramselaar op de hoek van de Krommestraat en Langstraat. 

Waren de jaren twintig in Amersfoort ook roaring? Danste de Amersfoortse jeugd ook op de opwindende zwarte muziek? Of bleef het kleine stadje aan de rand van de Veluwe gevrijwaard van deze grootstedelijke fratsen?

Feit is dat op 9 september 1919 het woord jazz voor de allereerste keer in een Amersfoortse krant opdook en wel in een advertentie van de dansleraar I.D. Meijer, die op dinsdagmiddag in Amicitia ‘Privaatlessen in Jazz’ aanbood. Drie dagen later volgde een nieuwe advertentie van een collega-dansleraar, Th.P.A. Klaassen, die een dansschool had aan de Arnhemse Poortwal. Hij schreef: De nieuwste dansen v.h. seizoen zullen onderwezen worden o.a. de zooveel besproken en mooie dans Jazz, door mij al met succes onderwezen, aan een der hoogst geplaatste personen van Amersfoort.

Klaassen bood later die herfst een breed scala aan nieuwe dansen aan: The Peace Walk Waltz, Liberté-Valse, Cazaret-The Rocker, Delicia, Jazz, Indian Rag, The Tickle Toe, Amerikaanse Arizona, Your Step en de Moderne Am Step. De meeste van deze dansen zijn in de loop der tijd vergeten. Wat wel duidelijk is: de moderne dansen kwamen uit Amerika en hadden namen die klonken als een klok. Bovendien namen die dynamische, wilde bewegingen op de dansvloer suggereerden, heel anders dan het beschaafde en plechtstatige schuifelen zoals men tot dan toe gewoon was.

Het staat ook vast dat de dansrage ook buiten de dansschool snel werd overgenomen. Op allerlei feestjes werd op de nieuwe rage uit Amerika gedanst. Op de jaarlijkse schoolfuif van de HBS in maart 1921 speelde ‘een onvermoeid en vurig orkest een gansche zondvloed van rags en steps en jazz en trotts!’ Een wedstrijd van AZ en PC in 1922 werd opgeluisterd met een jazzband (Zoo krijgen we hier in Amersfoort ook eens gelegenheid de echte jazz-muziek te hooren!, aldus het Amersfoorts Dagblad) en ook voetbalclub HVC luisterde zijn feestavond op met livejazzmuziek. Midden jaren twintig was er zelfs een echte Amersfoortse jazzband, die overal in de stad optrad. De naam laat zich raden: the Stone-town-jazz-band. Hoe kon het anders?

Thé-dansants met een jazzorkestje

De jazzmuziek en het dansen werd ook opgepikt door de horeca. Het Berghotel had in 1924 de primeur. In de zomer organiseerde het een ‘Thé Dansant’ met aanvankelijk een strijkorkestje, maar weldra met heuse jazzbands die luisterden naar illustere namen als Majagethé en later The Mount Minstrells. Het voorbeeld van het Berghotel werd de volgende jaren door bijna alle hotels in de stad opgevolgd: ook de hotels Nationaal, Poort van Cleef en Monopole organiseerden meerdere malen per week middagen en avonden met dansen. Ook in café d’Oranjeboom aan de Leusderweg en in de Keizerskroon op de Hof speelden vanaf midden jaren twintig meerdere keren per week een jazzband. En voor wie het allemaal nog niet genoeg was, kon je natuurlijk ook bij de dansscholen terecht, zoals Klaassen Achter de Arnhemse Poortwal, of in Amicitia.

Al deze gelegenheden lieten – voor zover al niet aanwezig – een parketvloer aanleggen, een signaal dat de dansfestijnen geld in het laatje brachten en dergelijke investeringen dus snel terug werden verdiend. In dat kader was opvallend, dat heel dikwijls in advertenties werd vermeld dat op de dansavonden de gewone prijzen golden. Klaarblijkelijk zong de mare rond, dat bij dancings de prijzen nogal eens werden verhoogd. In Amersfoort was dat echter meer uitzondering dan regel, als we tenminste de krantenadvertenties moeten geloven. 

08346-klein formaat.tjp.jpg

De theetuin van het Berghotel lag (en ligt) aan de andere kant van de Utrechtseweg. Foto Archief Eemland

Deze thee-dansants wekken de indruk dat de jazzmuziek midden jaren twintig in een wat rustiger vaarwater terecht was gekomen. De nieuwe muziek was inmiddels in brede kring aanvaard. Er speelde een jazzorkestje op de feestavond van de Amersfoortse afdeling van de dierenbescherming en van de Amersfoortse Reisvereniging. De handarbeidmiddag van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen in Amersfoort werd muzikaal omlijst door een jazzband. 

Zo’n jazzorkestje bestond doorgaans uit een saxofoon, piano, drums en een viool. Maar speelden deze gezelschappen nog wel jazz? Het lijkt erop dat veel muziekgezelschappen die eigentijdse populaire muziek speelden hun moderniteit uitdrukten door zichzelf jazzband te noemen, maar mijlenver weg stonden van de originele zwarte muziek uit Amerika. Als ze al jazzmuziek speelden, waren dat vooral makkelijk in het gehoor liggende nummers, die afgewisseld werd met traditioneel Europese populaire muziek, zoals een foxtrot of een wals.

Dat de jazz mainstream geworden was, blijkt in Amersfoort wel uit de achtergrond van één van de vele bandleiders die de stad toen telde: H.A. Vierdag, de vader van zwemster Marie Vierdag. Vierdag speelde jarenlang in het militaire muziekcorps, tot hij in 1909 de dienst verliet. Als niet-onverdienstelijk violist gaf hij daarna nog af en toe optredens. Eind jaren twintig – Vierdag was toen 46 jaar – werd hij leider van de Mason Dixon Jazz Band, die elke donderdagavond in Hotel Monopole bij het station een ‘intiem danssoirée’ gaf. Een man met een lange carrière in de populaire muziek, die de opkomst van de jazz aangreep om daar nog enkele jaren aan toe te voegen.

Het pleit natuurlijk wel voor dergelijke figuren, dat zij zich openstelden voor de nieuwe muziek en probeerden zich deze eigen te maken en te verspreiden, in wat voor verwaterde vorm dan ook. Mocht er sprake zijn geweest van een generatiekloof, dan werd die verbazingwekkend snel gedicht.

Diezelfde open houding blijkt ook uit de stukken in de krant. De eerste reacties op de nieuwe rage in Amersfoort waren doorgaans nieuwsgierig-positief. In het Amersfoorts Dagblad van 27 juni 1922 beschreef een redacteur zijn eerste ervaringen: Over het dansen is eigenlijk moeilijk te oordeelen. Een levende mozaïek, ongetwijfeld schoon in lijn en kleur. Maar zoo druk, zoo wanhopig druk, alles dooreendwarrelend, en elkaar duwend, stootend en op de teenen trappend, dat zijn centrale kracht verloren heeft. En toch: het amusement wordt er niet door verminderd. Juist het overgroote gebruik, dat er van ’t dansen wordt gemaakt, bewijst hoe weinigen hun beurt eens kunnen laten voorbijgaan. 

df70fba0klein formaat.jpg

Amersfoort gaat los op de Charleston

Die open, welwillende houding bij de buitenstaanders maakte echter plaats voor een volstrekte afwijzing, toen in 1926 een nieuwe jazz- en dansrage het land en Amersfoort bereikte: de Charleston. Deze zorgde voor een volstrekt nieuwe dansrage. De impact was onmiddellijk af te lezen aan het programma van de dansschoolhouder Klaassen. Klaassen was lid van een internationale dansfederatie, die elk jaar in Londen bijeenkwam om de leden de nieuwste dansrages te leren, zodat ze in het lesprogramma konden worden opgenomen en zo over de westerse wereld worden verspreid. In het najaar van 1926 had hij voornamelijk Europese en enkele Latijnsamerikaanse dansen op het programma staan: de Blues (fox), Passo-Doble, Tango, Engelse Wals, Slow Fox-Trot, One Step en Quick-Fox-Trot. De Amersfoortse dansleraar had zich die zomer één nieuwe Amerikaanse dans eigen gemaakt: de Charleston.

Een jaar later, in de herfst van 1927, zag het programma van de dansschool er totaal anders uit. Onder invloed van de Charleston was een hele reeks nieuwe, opwindende dansen ontstaan, die de traditionele dansen volledig hadden verdrongen: de Heebie Jackie, Bananas Slide, Budapest, New Blues, Trebla, Lovely Waltz, Kula, Black Bottom, Flat Charleston, Charleston, Boston, Tango Variaties en als voornaamste de Yale Blues. De introductie van de Charleston in Amersfoort geschiedde langs verschillende kanalen. Allereerst via de dansscholen, zoals die van Klaassen en ook van Joh. Steeman aan de Arnhemseweg. Daarnaast speelden ook moderne media zoals de radio en vooral filmhuizen en bioscopen een belangrijke rol. Muziekfilms, met name uit de Verenigde Staten, waren al in de Eerste Wereldoorlog in de Amersfoortse bioscopen te zien. Het moet een sensationele ervaring zijn geweest: op het beeld zag je mensen dansen, terwijl een bijgevoegde grammofoonplaat de muziek leverde. Dergelijke films werden ook in latere jaren druk bezocht. Zo gingen de verspreiding van de moderne populaire muziek en de film hand in hand. Cinema Royal in de Langestraat vertoonde in de jaren twintig zelfs stomme films die werden begeleid door een heuse jazzband.

De Charleston werd via een uitgekiende strategie over de hele wereld populair gemaakt, met name door een serie voorlichtingsfilms. De dansscholen beschikten over deze films, maar ook bioscopen. In Amersfoort vertoonde bioscoop de Arend in het najaar van 1926 in vier achtereenvolgende weken deze vier films, zodat het toegestroomde publiek de passen konden afkijken. Uitzonderlijk gezellig werd het op een novemberavond in 1927, toen plotseling in de bioscoop de elektriciteit uitviel en de bezoekers in het donker kwamen te zitten. Geen nood, want de bioscoopeigenaar zette een aantal platen met Charleston en Black Bottom op zijn grammofoon, waarna het aanwezige publiek massaal aan het dansen sloeg. Nogmaals: dancing en bioscoop, het ging hand in hand.

Het zal niemand verbazen, de rage werd snel opgepikt. In de kranten vinden we af en toe relevante meldingen. Zo was er in februari 1927 sprake van een dansavond in De Valk, waarbij volgens de krant tot vroeg in de ochtend de Charleston werd gedanst. En ook bij een feestavond van voetbalclub Amsvorde korte tijd later vierde de Charleston en Black Bottom hoogtij.

Toenemend ongenoegen

Maar lang niet iedereen was enthousiast over de nieuwe muziek- en dansrages die de stad anno 1926-1927 overspoelden. In de Amersfoortse kranten – zowel het liberale Amersfoorts Dagblad als de katholieke Eembode – verscheen een aantal commentaren waarin de nieuwe vrijetijdsbesteding in scherpe bewoordingen werden afgewezen. In het Amersfoorts Dagblad kreeg ene Pimmy regelmatig ruimte voor een rijmpje, waarin hij Amersfoort in de jaren twintig overdenkt. Bij lezing ontstaat de indruk van een oude man, die de moderne tijd niet meer kon of wilde volgen en weemoedig terugverlangde naar de negentiende eeuw. Zijn stukjes waren ongetwijfeld grappig bedoeld, maar vanuit hedendaags oogpunt werd de grens van racisme meerdere malen mijlenver overschreden. Een voorbeeld uit het Amersfoorts Dagblad van 12 november 1926:

Charleston! moderne menschen!!

Het is negersch!! Het is fijn!

Apen zien glimlachend hoe wij

Recht-geaard na-apers zijn!!!

Leskregen we van die dieren!

Laat er hulde zijn gebracht

Aan z’on aap onder de apen

Die den Charleston ons bedacht!!!

De katholieke Eembode van 3 december 1926 bleef niet achter. Een scribent meende dat met het dansen van de Black Bottom de blanke beschaving te grabbel werd gegooid voor de zwarte beschaving: weg met Rembrandt en Van Gogh, terug naar het krijgsdansen, het kannibalisme en de vredespijp.

Dat was ook Amersfoort in de jaren twintig.

10027klein formaat.tjp.jpg

Meisjes dansen op straat in de Teut, 1928 Foto Archief Eemland.

Na 1926 werd de kritiek op het Amersfoorts uitgaansleven steeds luider. Er verschenen allerlei beschouwingen over de barbaarse muziek, maar ook steeds vaker klachten van omwonenden over geluidsoverlast en een verstoorde nachtrust. Zo klaagden in april 1930 bewoners van het Borneoplein en omgeving over geluidsoverlast vanuit de theetuin van het Berghotel. Dat leidde zelfs tot vragen in de gemeenteraad. SDAP-raadslid Polder schaarde zich achter de klagers en vroeg B en W maatregelen te nemen: het hotel moest de muziekkeuze en het volume aanpassen. Het was een dubbeltje op zijn kant, maar het voorstel werd verworpen, met negen tegen elf stemmen.

De meeste klachten kwamen echter vanuit de omgeving van de Krommestraat in het centrum. Op nummer 44 (tegenwoordig zit hier restaurant San Giorgio) zat anno 1929-1930 een dancing, Moderne genaamd, die als enige in Amersfoort vergunning had gekregen om tot twaalf uur ’s nachts livemuziek te brengen. Alle andere dansgelegenheden moesten om elf uur de deuren sluiten. Omwonenden, ‘waaronder oude menschen zijn die zich op medisch advies om 10 uur ter ruste moeten begeven, wat nu onmogelijk is’ klaagden steen en been over de herrie die de dancing veroorzaakte. De band speelde vaak met open deuren, zodat de hele buurt van de moderne tonen moest meegenieten. Verder veroorzaakte rond twaalf uur ’s nachts het vertrekkend autoverkeer veel overlast. Om maar te zwijgen van het uitgaanspubliek dat nog niet voldaan was en na twaalf uur gewoon op straat doorging met dansen!

Populaire muziek en de verschillende generaties... De kloof tussen jong en oud werd rond 1926 dankzij de Charleston aanzienlijk verdiept.

bijsluiter

Addy Schuurman is historicus met Amersfoort als specialisatie.  Hij schreef onder meer het boek Glorie wordt duur gekocht, over sport in Amersfoort in de negentiende eeuw.

bronnen

De genoemde TV-uitzending is terug te zien: https://www.npostart.nl/een-bezeten-wereld-nederland-tussen-de-oorlogen/VPWON_1308315

Kranten: De Eembode, Amersfoorts Dagblad De Eemlander, allen te raadplegen via https://archiefeemland.courant.nu

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)