'Maak samen iets van de lokale omroep'

door Gerard Oonk

Heel hartelijk dank voor je uitgebreide verslag van het gesprek over het medialandschap in Amersfoort. Je persoonlijke bespiegelingen aan het eind van het verhaal zijn ook zeer lezenswaardig. Prikkelend zelfs! In ieder geval zet het mij aan tot een reactie.

Je stelling luidt: "Het handhaven van de lokale (of streek-)omroep houdt echte verandering van het lokale mediabeleid tegen".

Ik ben het pertinent met je oneens. Sterker nog: ik zou de stelling het liefst 180 graden willen kantelen. Zoiets als dit: "Amersfoort heeft behoefte aan een zelfbewuste lokale omroep om het medialandschap compleet te maken."

Jouw stelling is een beetje te fatalistisch (daarover later meer) en bovendien is hij onrealistisch. We kunnen namelijk niet af van de lokale omroep.

Wettelijke taken

De Nederlandse overheid heeft ooit besloten om de publieke omroep in het leven te roepen, om veilig te stellen dat er altijd een (onafhankelijke en kritische) journalistieke organisatie is die de vinger aan de pols ‘van de democratie’ kan houden.

Arie Slob, de minister die verantwoordelijk is voor de media, vindt zelfs dat de rol van lokale omroepen steeds belangrijker wordt. Hij schreef pas geleden nog:

"Lokale publieke omroepen zijn van belang voor het functioneren van onze lokale democratie, om de eenvoudige reden dat zij burgers informeren over wat er in hun straten, wijken en steden gebeurt. Het kabinet hecht naast de informerende functie ook waarde aan de controlerende en agenderende functie van lokale publieke omroepen.

[…] Wij verwachten dat de democratische functie van lokale omroepen belangrijker wordt nu er meer verantwoordelijkheden naar de gemeenten zijn gegaan en nog zullen gaan […]” Einde citaat.

De helft van het geld

De publieke omroep kent drie lagen (landelijk, regionaal en lokaal). Die drie lagen krijgen allemaal subsidie. Voor de lokale omroep is dat bedrag gebaseerd op het aantal inwoners binnen de gemeente (ong. €1,25 per huishouden). Ter info: de gemeente Amersfoort heeft in het verleden besloten om niet het gehele richtbedrag aan de lokale omroep te geven, maar de helft van het geld vrij te maken voor andere lokale, journalistieke initiatieven. Omroep EVA werkt daarom al jaren voor ‘de helft van het geld’.

Spelregels

Om terug te komen op je stelling: het Rijk heeft bepaald dat er in elke gemeente een lokale omroep moet zijn (mits er een orgaan is dat het programmabeleid bepaalt). Ik ben daar blij mee, want als zo’n uitzendorganisatie goed functioneert, is het een aanwinst voor het medialandschap in de stad.

Dat EVA steken heeft laten vallen, of beter gezegd: de draad nooit echt heeft opgepakt, is enigszins verklaarbaar (o.a. gebrek aan geld), maar vooral erg spijtig. De indruk is ontstaan dat lokale omroepen per definitie falen. Het heeft geen zin om lang over een schuldvraag na te denken. De energie moet vooral gaan zitten in het zoeken naar een duurzame oplossing en het verbeteren van de kwaliteitscontrole.

In de mediawet staat weliswaar een heel setje spelregels waaraan een lokale omroep dient te voldoen. Het Commissariaat voor de Media (CvdM) controleert die kaders en zorgt voor handhaving. Dat is echter niet voldoende, zo blijkt. Ik vind dat de Gemeente er dichter bovenop moet gaan zitten, zonder zich overigens met de inhoud van de journalistiek te bemoeien. Een stevige prestatieovereenkomst met de lokale zendgemachtigde -die veel regelmatiger wordt geëvalueerd zou al helpen.

Publiek/privaat

De landelijke overheid heeft ook richtlijnen opgesteld voor de samenwerking tussen de publieke omroep en private (lees: commerciële) partijen. Dat maakt het jammer genoeg vaak lastig om tot samenwerkingsverbanden te komen. Maar zelfs die drempel is niet onoverkomelijk.

Bij Dagblad Tubantia en omroep ‘1Twente’ hebben ze de grenzen van de wet opgezocht. Dat heeft geleid tot een mooi voorbeeld hoe je een publiek-private samenwerking op journalistiek niveau vorm kunt geven (al spelen daar eveneens grote financiële kwesties).

Het kan anders

Dan het ‘fatalisme’ in de stelling. Je gaat -wat mij betreft- voorbij aan de mogelijkheden die er zijn voor samenwerkingsmodellen en waar alle betrokken partijen baat bij hebben.

Wat mij betreft zit de definitieve oplossing in begrippen als ‘vertrouwen’ en ‘samenwerking’. Dat zijn weliswaar ‘zachte woorden’ in een vakgebied waar ego, primeur en krappe begroting om voorrang strijden. Toch zal de bereidheid moeten groeien om er samen ‘iets’ van te maken. In het feitelijke deel van jouw verslag lees ik dat er weerstand bestaat tegen uitwisseling van mensen en/of journalistiek materiaal. Dat is onnodig. Als je goede afspraken maakt, dan kun je elkaar inhoudelijk versterken (en ook nog eens kosten besparen).

Laat ik een voorbeeld geven: Jouw verslag kan in verkorte vorm in het AD en als gesproken ‘column’ worden uitgezonden bij EVA. De Stadsbron plaatst natuurlijk het hele verhaal op internet en de Stad Amersfoort maakt er een poll van op hun sociale mediakanalen. En dan hoop ik dat Rob Lampe er een sfeervolle video bij wil maken.

Zo kun je met de content van één goede journalist diverse platforms bedienen (zowel publiek als privaat). Dat vereist uiteraard uitgekiende coördinatie en de bereidheid om elkaar content te gunnen. Je zult iemand nodig hebben die het vertrouwen geniet van alle mediaorganisaties.

Zo’n ‘intermediair’ kan de katalysator zijn voor nieuwe samenwerkingsmodellen.

En dan wordt het tijd om alle handen aan de ploeg te slaan. Ik blijf toch nog maar even geloven dat iedere Amersfoortse mediamaker genoeg om de journalistiek én om de stad geeft om die stap te willen zetten. Het grote voordeel is dat iedereen (burger, politiek en mediawereld) er vervolgens beter van wordt.

Ik voel wel voor het voorstel van Hunink (CU): stel een onafhankelijk kwartiermaker aan die de belangen van alle mediapartijen in Amersfoort in kaart brengt, met als opdracht om te zoeken naar modellen voor contentproductie en -distributie waar alle betrokkenen profijt van hebben (zowel financieel als qua impact). Het moet uiteraard iemand zijn met een groot hart voor kritische en informerende journalistiek. Bovendien moet hij of zij op uiterst creatieve wijze kunnen kijken naar de huidige wet- en regelgeving rond -met name- de lokale omroep.

Laat die kwartiermaker zich bovendien buigen over een adviesrapport waar het merendeel van de aanwezige mediapartijen in Amersfoort zich achter kan scharen. Bijkomend voordeel: de nieuwe licentieaanvragers voor een lokale zendvergunning vanaf 2021 weten precies in welk speelveld ze terecht komen.

Conclusie

De overheid verplicht Amersfoort om middelen vrij te maken waarmee burgers beter kunnen worden geïnformeerd en waarmee de democratie kan worden versterkt. Dat wij -lees: alle Amersfoortse mediamakers- vervolgens ons best moeten doen om daar optimaal gebruik van te maken, lijkt me eerder een uitdaging dan een probleem.

Het moet en het kan beter.… Laten we over onze schaduwen stappen.

De stad verdient het.

bijsluiter

Gerard Oonk is journalist, tekstschrijver, fotograaf en media-adviseur. Hij woont in Amersfoort.

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)