1 reactie

Van Lunteren en Buijtelaar over Amersfoort en de provincie

door John Spijkerman

Het gedoe rond de financiële positie van de gemeente Amersfoort in 2015, het debacle rond de komst van sportmegastore Decathlon in Vathorst en het op grote schaal schrappen van kantoren in Amersfoortse bestemmingsplannen. De afgelopen vier jaar stonden de gemeente Amersfoort en de provincie Utrecht enkele malen tegenover elkaar. Soms leek het erop alsof Amersfoort tot de orde werd geroepen of terechtgewezen. Hoe wordt er gedacht over de rol van de provincie en nut en noodzaak van de provinciale bestuurslaag? En kan de gemeente het zelf niet beter af, zonder die soms hinderlijke provincie? Gesprekken met twee (oud-) politici over de provincie en over Amersfoort.

Hoe staat het er eigenlijk voor met het Huis van Thorbecke? Is de indeling van Nederland in drie bestuurslagen - Rijk, provincie en gemeente - nog wel van deze tijd? Als middelste bestuurslaag toetst de provincie gemeentelijke plannen. De provincie houdt de grote lijn in de gaten en denkt na over de ruimtelijke indeling. De provincie houdt ook toezicht op de gemeentelijke financiën. Maar daarnaast is de provincie ook aanjager voor nieuw beleid, coördinator, stimulator, verbinder en subsidieverstrekker. En dan is er nog de rol van de provincie als bemiddelaar of oplosser van conflictsituaties tussen gemeenten. Maar soms is de provincie ook de bestuurslaag die gemeentes terugfluit of frustreert.

Remco van Lunteren

,,Provinciaal bestuur heeft een absolute meerwaarde’’, vindt oud-VVD-gedeputeerde Remco van Lunteren. ,,Maar dan moet dat bestuur ook proactief durven ingrijpen. Dat heb ik ook regelmatig gedaan en dat maakt je niet altijd geliefd bij gemeentebestuurders.’’ Van Lunteren kent de provincie Utrecht als geen ander. Van januari 2010 tot mei 2015 zat hij in het provinciebestuur als gedeputeerde Financiën, Economie, Verkeer & Vervoer en P&O.

Van Lunteren 2.jpg

In zijn onafhankelijke opstelling als gedeputeerde tegenover gemeentebesturen voelde Van Lunteren zich altijd gesterkt door zijn democratisch mandaat. ,,Ik was gekozen door de inwoners van de provincie en niet door gemeentebestuurders. Een provincie die alleen maar praat en op afstand regie voert, voegt in mijn ogen niet veel toe. Dat kun je prima aan ambtenaren overlaten. Daar heb je geen democratisch gelegitimeerd bestuur voor nodig.’’

Kon u als bestuurder en Amersfoorter wat extra’s doen voor uw eigen woonplaats doen en heeft u specifieke dingen voor elkaar gekregen in en voor Amersfoort?

,,Ik heb vrijwel mijn hele leven in Amersfoort gewoond en dan ken je de onderwerpen die hier leven natuurlijk net iets beter dan anderen. Zeker in het begin heeft dat dan wel het effect dat je sneller door hebt waar het bij een onderwerp over gaat en wat de context is, waardoor je eerder weet wat je wel en niet met zo’n onderwerp wil. Belangrijk is wel dat je het altijd vanuit de bredere verantwoordelijkheid blijft bekijken en dat heb ik ook wel altijd willen doen en anders spraken mijn collega’s mij daar in het college wel op aan.’’ 

Op welke terreinen bent u als gedeputeerde de gemeente Amersfoort tegengekomen? 

,,De westelijke ontsluiting was zeker een belangrijk onderwerp als het over de regionale mobiliteit ging. Het was niet alleen het college van B&W van Amersfoort dat bij mij pleitte voor de aanleg ervan, maar ook Soest vanwege het sluipverkeer. Dat rechtvaardigt dat de provincie ook financieel aan de lat staat voor dit project.
Daarnaast was er de aanpak kantorenleegstand, maar ook het knooppunt Hoevelaken waar ik mij persoonlijk hard heb gemaakt richting het Rijk voor meer investering in omgevingsmaatregelen. Dat ging ook gepaard met aanvullend provinciaal geld hiervoor. Maar ook kleinere mobiliteitsprojecten als het kruispunt van de provinciale weg met de Dodeweg richting Leusden hebben we in mijn tijd op de agenda gezet en richting uitvoering gebracht. Stuk voor stuk denk ik belangrijke projecten van de provincie voor Amersfoort.
En dat zijn dan alleen nog de projecten uit mijn portefeuille, want ook telkens als ik over de Hogeweg rijd en de bouwactiviteiten daar zie, realiseer ik mij dat voor de renovatie van dat hele gebied vele miljoenen euro’s van de provincie richting Amersfoort zijn gegaan.’’

Verkapt dreigement

Nog even over die westelijke rondweg. U heeft zich daar sterk voor gemaakt. Om vaart in het proces te krijgen, schreef het college van Gedeputeerde Staten op 6 december 2012 een brief aan burgemeester Bolsius. Amersfoort zat in een politieke crisis, een nieuw college moest worden gevormd. In die brief dringen GS aan op een ‘robuuste oplossing voor de westelijke ontsluiting’ ook vanwege de financiële bijdrage van de provincie. Met een ‘verkapt dreigement’ dat de provincie anders de gemeente zou ‘overrulen’ en een eigen inpassingsplanprocedure zou gaan voeren om die rondweg mogelijk te maken. 

,,Er is nooit sprake geweest van een dreigement. Ik en met mij het college van Gedeputeerde Staten hebben vooral duidelijk willen maken hoe de provincie haar belang wilde borgen. Er waren immers al wat collegewisselingen in die tijd geweest, het dossier westelijke ontsluiting liep al decennia en bestuurders in de regio ergerden zich inmiddels ook over de traagheid. Het moest duidelijk zijn dat de westelijke ontsluiting er hoe dan ook zou komen, vandaar de brief. In mijn hele bestuursperiode heb ik overigens nooit gedreigd, ik ben altijd heel duidelijk geweest over mijn motieven, wat ik als bestuurder wilde en welke middelen ik daarvoor wilde inzetten. Dat die transparantie ertoe leidt dat gemeenten zoals bij de westelijke ontsluiting van Amersfoort hun regionale verantwoordelijkheid nemen, is alleen maar goed. 

Dat is echter niet altijd overal zo geweest en dat heeft bijvoorbeeld bij de provinciale weg bij Houten over grondgebied van Bunnik, de geluidswal bij Leidse Rijn op grondgebied van Woerden en de overcapaciteit van bouwplannen voor kantoren er wel degelijk toe geleid dat na mijn duidelijkheid de provincie is overgegaan tot een inpassingsplan. Soms is de gemeentelijke weerstand zo groot en dan is het goed dat er een bestuurslaag is die met dat bredere democratische mandaat kan oordelen dat er dan toch iets moet gebeuren.’’

Hoe verhoudt gemeentelijke bewegingsvrijheid zich tot provinciale bemoeienis? Denk aan het schrappen van kantoren in Amersfoort en het niet mogelijk maken van de vestiging van een Decathlon in Vathorst? Kan de gemeente dat zelf niet veel beter af?

,,De gemeente kan die onderwerpen inderdaad prima zelf invullen, maar het probleem is dat elke gemeente dat prima zelf kan en dan gaat het fout. Bij ontwikkelingen op het gebied van kantoren en detailhandel gaan gemeentes niet alleen uit van hun eigen behoefte, maar ook die van de randgemeenten en zo creëer je overcapaciteit en op termijn leegstand. Daarbij komt nog dat gemeenten, zoals Amersfoort, vaak ook nog financiële belangen hebben doordat ze een aandeel hebben in de opbrengst van de grond en het op termijn innen van belastingen. De provincie heeft een bredere blik, geen financieel belang en is daarom goed in staat vanuit dit bredere perspectief regels te stellen die gemeentegrens overstijgend werken. Op haar beurt doet de Rijksoverheid dit overigens ook weer bij provincies.’’

Zou de provincie grotere gemeenten als Amersfoort en Utrecht niet een grotere bewegingsvrijheid moeten geven in vergelijking met de kleinere gemeenten in deze provincie? Een soort twee sporenbeleid dus…

,,In de praktijk is dit vaak al het geval, doordat er niet veel regels binnen het stedelijk gebied gelden die doorwerking hebben op het gemeentelijk beleid. Anders is dat in het buitengebied waar het natuurbeleid nogal eens beperkend werkt op het gemeentelijk beleid. Een gemeente als Amersfoort vindt dus eigenlijk alleen de provincie op haar pad met grensoverschrijdende vraagstukken. Dat zou, vind ik, ook nog wel pro-actiever mogen. Bij wegen met een regionale functie en woningbouw zou ik mij zeker kunnen voorstellen dat de provincie in de plaats treedt van gemeenten als zij de besluitvorming ophouden. Dit zijn namelijk onderwerpen die over de gemeentegrenzen heen hun effect hebben op inwoners van de gehele provincie en dat rechtvaardigt in mijn ogen een proactieve provincie. Het is namelijk niet voor niets dat alle inwoners van een provincie gaan stemmen voor een provinciaal bestuur, dat geeft de provincie ook de bevoegdheid over gemeentegrenzen heen namens al die inwoners te oordelen en zonodig in te grijpen.’’

Komt Amersfoort in de provincie altijd op de tweede plaats in vergelijking met Utrecht. Herkent u dat gevoel? Of is het onzin? 

,,Het is maar waar je de focus op legt. Kijk je naar wat je wel voor elkaar krijgt, of ben je vooral gefocust op wat niet lukt? Daarbij was het in mijn tijd ook wel zo dat de Utrechtse wethouders gewoonweg de weg naar het provinciehuis beter wisten te vinden dan die uit Amersfoort. Amersfoort is de op één na grootste gemeente van de provincie en daarmee erg belangrijk voor de provincie. Amersfoort heeft ook een belangrijke regiofunctie en het belang dat het daarmee heeft voor andere Utrechtse gemeenten wordt ook zeker gezien door de provincie.’’

Op welke terreinen ziet u de komende tien jaar grote uitdagingen liggen voor Amersfoort en de provincie?

,,De woningbouwopgave en het bereikbaar houden van de provincie als draaischijf van Nederland zijn denk ik de echt grote opgaven die de provincie en gemeenten grensoverstijgend zullen moeten oppakken.’’

Hans Buijtelaar

Als Amersfoorts wethouder en collegelid heeft Hans Buijtelaar regelmatig te maken met de provincie: de westelijke rondweg, de vestiging van een Decathlon in Vathorst, het schrappen van kantoorruimte in Amersfoortse bestemmingsplannen en de tijd dat Amersfoort onder preventief financieel toezicht werd geplaatst. Buijtelaar pleit voor een grotere beslissingsbevoegdheid voor de gemeente Amersfoort. ,,In veelvoorkomende gevallen is de gemeente goed in staat een afweging te maken wat wel kan of niet kan. We zitten er niet om een rommeltje van de stad te maken.’’
Negen jaar is Buijtelaar al wethouder in Amersfoort. ,,Maar Asselbergs ga ik niet inhalen’’, lacht hij. ,,In 2004 ben ik in het VVD-bestuur terechtgekomen. René van der Borch was nog lijsttrekker voor onze partij.’’ Buijtelaar is de nestor binnen het college. In zijn portefeuille zitten onder meer mobiliteit, sport, stationsgebied, Kop van Isselt en Vathorst. 

Buijtelaar 2.jpg 
Over verschillende dossiers heeft hij regelmatig contact met de provincie. ,,Mobiliteit is het beste voorbeeld. Ik heb een overleg rond het knooppunt Hoevelaken. Er is overleg rond mobiliteitsprogramma ‘Beter Benutten’. In het Utrechts Verkeers- en Vervoersberaad, gaat het vaak over Verder en over het Toekomstbeeld OV. Dat zijn de lange lijnen. Laatst hadden we het over het aanleggen van een snelfietspad van Amersfoort naar Utrecht. Daar zie je wel de initiërende rol van een provincie. Een overkoepelend lichaam dat de partijen bij elkaar brengt, afspraken maakt over financiering en wanneer het klaar is.’’

De grote thema’s waar de provincie een belangrijke taak heeft, zijn woningbouw en mobiliteit. ,,Als deze stad doorgroeit naar 180.000 inwoners, betekent dat tig keer meer verkeersbewegingen’’, legt Buijtelaar uit. Infrastructurele maatregelen zijn altijd bedoeld voor de lange termijn en hebben een lange looptijd. 

Dat geldt ook voor de westelijke ontsluiting. ,,Nu krijg je de vraag ‘Waarom doe je het in vredesnaam?’ Dit soort besluiten neem je in de wetenschap dat mensen ergens gaan wonen, recreëren en werken. Er gaat gebouwd worden op de Wagenwerkplaats, rond De Lichtenberg gaan weer mensen wonen, als je gaat bouwen rond Zon en Schild, komt er meer verkeer. Kijk voorbij een periode van tien of vijftien jaar. Nu wordt de focus gelegd op de impact die de westelijke ontsluiting nu heeft. Terecht, daar moet je goed oog voor hebben. Maar, in Soest zeggen ze ‘Kom op’. Daar geeft het een ontlasting. Dan kun je zeggen ‘Waarom moeten wij de ellende van een ander opvangen’? Dat is ook een regionale afweging.’’ En op dat soort momenten is het volgens Buijtelaar goed dat er provincie is, die ook het regionaal belang in het oog houdt. 

Buijtelaar vindt dat de provincie niet alle 26 gemeenten in de provincie hetzelfde moet behandelen. ,,De begroting van de gemeente Amersfoort is bijna even groot als die van de provincie. Dat is een ander verhaal dan dat je het hebt over de gemeente Eemnes.’’ Volgens Buijtelaar is het ‘een zoektocht naar welk schaalniveau je moet hebben’ om problemen effectief te tackelen. ,,Soms moet er een knoop worden doorgehakt. Is de provincie dan het niveau waarop dat moet gebeuren?’’

Preventief toezicht

In 2015 kregen de gemeente Amersfoort en Hans Buijtelaar, als wethouder Financiën, een tik op de vingers van de provincie. De provincie controleert de financiën van alle Utrechtse gemeenten. ,,De provincie vond onze reservepositie ontoereikend en het structurele begrotingssaldo zou niet op orde zijn.’’ Voor de nieuwe coalitie was het vervelend omdat nieuwe plannen niet konden worden uitgevoerd. Amersfoort stond een half jaar onder preventief toezicht van de provincie. ,,We konden geen nieuwe uitgaves doen.’’ Het probleem was snel opgelost. ,,Onze herstelbegroting was eind april al klaar, maar als wethouder was het meer dan vervelend. Het is een kras. Het raakte de coalitie in het uitvoeren van z’n coalitiedoelen.’’

En dan Decathlon…

Buijtelaar wil dat er in het provinciaal beleid meer rekening wordt gehouden met verschillen tussen gemeentes. Hij noemt het detailhandelsbeleid. ,,In plaatsen als Leusden, Baarn en Soest heb je een heel ander winkellandschap dan in Amersfoort. Vanuit de provincie kun je niet zeggen ‘One size fits all’. Je moet uitkijken dat je beleid introduceert dat voor de ene gemeente prima werkt en voor de andere juist niet. Het kan mij hinderen als bestuurder van deze stad in het mogelijk maken van ontwikkelingen.’’ 

Als wethouder heeft Buijtelaar een flinke confrontatie gehad met de provincie over de vestiging van megasportstore Decathlon aan de Bergpas in Vathorst. ,,Decathlon wilde gewoon graag naar deze stad en regio komen. Ik ben met Decathlon al vier of vijf jaar lang aan het praten. Op een gegeven moment kwam Hans Vahstal met zijn plan. ‘Ik wil aan de Bergpas in Vathorst het een en ander realiseren in een soort combinatie: hotel, eten en Decathlon’. Voor hem was Decathlon een belangrijke drager van het plan.’’ 

De provincie en gedeputeerde Pim van den Berg gaven aan dat detailhandel op deze plek niet was toegestaan. Zij zeiden de Amersfoortse binnenstad te willen beschermen. ,,De provincie had de provinciale ruimtelijke verordening veranderd in 2016. Dat zie je dan even door je neus geboord. Dat is zuur’’, vindt Buijtelaar. 

Dat sportmegastore Decathlon een bedreiging zou vormen voor de Amersfoortse binnenstad, gaat er bij Buijtelaar nog steeds niet in. ,,Het zou een ontwrichtende werking hebben voor de binnenstad. Nou sorry, maar dat krijg je bij mij niet tussen de oren. Ik zag en zie het als een goede aanvulling voor het bestaande winkelaanbod en het schept ook werkgelegenheid in een doelgroep die niet altijd aan de bak komt. Dat is een afweging die ik maak op lokaal niveau.’’ In dit soort situaties zou de provincie meer rekening moeten houden met de omvang van een gemeente als Amersfoort, vindt Buijtelaar. ,,Als dat een ‘One size fits all’ wordt, dan vind ik dat ingewikkeld.’’ 

Maar had er al niet voor 2016 een bestemmingsplan klaar moeten liggen om Decathlon daar mogelijk te maken? 

,,Op het moment dat je dat zegt, moet er ook een plan liggen. Dan moet je ook over de grond beschikken, maar die grond is nog niet van Vahstal. Die grond is van het OBV. Het gaat me er niet om te Jij-bakken. Dit dossier heeft veel meer voor mij de vraag ‘waar je vrijheid van handelen zit als lokale bestuurder’. Buijtelaar vindt dat de gemeente dit soort zaken prima zelf kan beslissen. 

Buijtelaar twitterde dat Pim van den Berg als gedeputeerde opeens heel anders handelde dan als Amersfoorts wethouder. ,,Dat was een beetje flauw’’, erkent hij. Deels was het ook teleurstelling en onbegrip. ,,Als je denkt iets te kunnen toevoegen aan het winkelpalet. Als je denkt te kunnen zorgen voor werkgelegenheid en een ontwikkeling van de grond kunt tillen waar je jaren mee bezig bent. En je bent er bijna en het lukt niet. O, man. Dat vind ik wel wat. Met Vahstal heb ik intensieve gesprekken gevoerd over wat hij van plan was. We liggen af en toe wel eens met elkaar in de clinch, maar hij durft het wel. Dat moet je op z’n waarde weten in te schatten. En het plan dat hij bedacht had voor de Bergpas, dat zag er gewoon goed uit. Je probeert vanuit de rol die je hebt als lokale bestuurder daar een invulling aan te geven. Het zou de entree afmaken, en dat kan dan niet… Dat lees je terug in die tweet.’’ 

Kantoren

Omdat er te veel leegstand was in kantoren en er nog meer kantoren in de pijplijn zaten, heeft de provincie alleen al in Amersfoort meer dan 200.000 m2 aan kantoren geschrapt uit bestemmingsplannen in Hooglanderveen/Laak 3, Podium en het Stationsgebied. Bovendien kregen leegstaande kantoorpanden een woonfunctie. Maar de gemeente wil nog kunnen schuiven met plekken voor mogelijke kantoorlocaties. Zo wil de gemeente meer kantoren kunnen bouwen in het Stationsgebied, de Wagenwerkplaats en de Hoef-West, maar ze vindt daarbij de provincie tegenover zich. ,,Soms sluit het niet meer aan bij de behoefte die er is’’, zegt Buijtelaar. ,,Maar soms is er wel degelijk behoefte aan kantoren, zoals bij het Stationsgebied. Het heeft ook te maken met kwaliteit van kantoorpanden. Er is gewoon een mismatch in wat er is en wat er gevraagd wordt. Bij Trapezium is nog steeds behoefte.’’ 

Buijtelaar denkt dat de gemeente Amersfoort het vaak heel goed zelf afkan. ,,Ik ben heel aardig in staat te bedenken wat passend is voor deze stad. Hier zit de eerste overheid, het dichtste bij de inwoners. Als ik bezig ben met het stationsgebied en ik wil de route van het stationsgebied naar de binnenstad verlevendigen, maar ik mag daar geen winkels laten vestigen omdat de provincie dat vindt, dan vind ik dat niet fijn. Daar ga ik het liefst zelf over.’’ 

Logische grenzen

,,Ik pleit niet voor allerlei bestuurlijke hervormingen. Het gaat me erom om na te denken of de wijze waarop je het hebt georganiseerd, voldoet. Buijtelaar constateert dat er een wirwar bestaat aan samenwerkingsverbanden, waar de gemeente Amersfoort deel vanuit maakt. ,Andere verbanden met steeds weer andere grenzen. ,,Als we wat met onze buren in Nijkerk willen, zitten we meteen met z’n vieren om tafel. Twee provincies en twee gemeentes. Is bestuurlijk heel ingewikkeld. Dat bevordert niet de besluitvormingssnelheid. De vraag is of de grens die we hebben getrokken bestuurlijk gezien logisch is. Kijk naar ontwikkelingen op gebied van de mobiliteit en de techniek. Neem de woningbouwopgave. Als je hier wilt wonen en je trekt een grens van paar kilometer en tikt Funda in, dan krijg je woningen uit Barneveld, uit Leusden, Nijkerk uit Soest, Baarn. Wij hebben daar een bestuurlijk lijntje getrokken. Maar de woningbouwopgave is een gezamenlijk probleem, het voorzieningenniveau is een gezamenlijke opgave.’’

Tegelijkertijd signaleert hij dat de provincie met investeringen soms ook ontwikkelingen aanslingert, zoals gebeurt rond De Nieuwe Stad. En dan zijn er ook vraagstukken waarbij een gemeente als Amersfoort wel wat ‘aanduwkracht‘ vanuit de provincie kan gebruiken. Zoals het verkennen van de mogelijkheden van geothermie in Vathorst. ,,De investeringen zijn ongelooflijk groot. Dat kun je haast niet doen als gemeente. Sommige onderwerpen zijn te groot om in je uppie te pakken. Zelfs voor een stad als Amersfoort. Daar heb je wat aanduwkracht voor nodig. Soms financieel, soms bestuurlijk, soms richting Den Haag.’’ 

Het liefst zou Buijtelaar dingen aan de voorkant willen regelen, ,,Stel dat Amersfoort en Leusden hetzelfde willen doen. Dan probeer je dan met elkaar af te stemmen. Als dat niet lukt, is er de provincie. Volgens mij is het altijd een zoektocht van hoe je dingen op een effectieve manier kunt doen. Soms met twee gemeentes onderling of met z’n drieën, als het een beetje spannend is moet iemand zeggen linksaf of rechtsaf. Bij gelijke partners, kun je dat niet afdwingen.’’ In dat soort gevallen is het volgens Buijtelaar goed dat er een provincie is.

opmerkingen

(maak u bekend met uw volledige naam)