Soest laat het je in de broek doen

door Helma van den Berg

Mijn lieve, oude vader wilde tien jaar geleden al niet meer in zijn woonplaats Soest winkelen. Zelfs geen boodschap meer doen. Want, wist hij stellig: ,,Als ik moet plassen, kan ik nergens terecht.’’ 

Ik kon het amper geloven. In het kleine centrum van mijn toenmalige dorp Baarn wist ik om de vijftig meter wel een wc te vinden. Zou het in het lange lintdorp Soest dan zoveel anders zijn? Maar een simpel autoritje stelde mijn vader in het gelijk. De ruim acht kilometer lange provinciale weg van Soestduinen tot Soestdijk bood weinig of geen openbare wc’s. Zeker niet in de uren wanneer de horeca gesloten is. Reden voor mij om in de Soester Courant een oproep te doen: ,,Kunnen er in Soest geen openbare toiletten komen?’’ Ans Mann van Groen Links Soest-Soesterberg belde me op: ,,Een goed initiatief. Dat proberen wij al jaren in Soest.’’ De rest van Soest zweeg. In persoonlijke gesprekken kwamen ondernemers niet verder dan excuses: teveel werk, angst voor diefstal, te lastig. 

Maar nu, tien jaar verder, kleurt de plaatselijke PvdA mijn dorp - want ik ben nu al weer jaren geleden van Baarn naar Soest verhuisd - dan toch schaamrood. Waar elke zichzelf respecterende gemeenschap het mensen gemakkelijk maakt, laat Soest het de eigen inwoners en bezoekers in hun broek doen, was hun conclusie. De PvdA wil om de 500 meter een openbaar toilet. Ik keek er van op. Zou Soest echt nog steeds zo armetierig zijn? Tegen beter weten in hoopte ik het tegendeel te bewijzen. 

Maar op een vroege morgen stootte ook ik in Soest-Zuid mijn neus. Jawel, in de grote supermarkt reageerde een caissière dan uiteindelijk toch allervriendelijkst: ,,Wilt u even naar het toilet? Dan moet u wachten tot er een collega komt.’’ Die kwam er, na meer dan zeker vijf minuten wachten. Ik mocht mee naar een magazijn, waar de baas een drie van zijn personeelsleden luide instructies stond te geven. Daar moest ik een steile, open trap op, door een personeelsruimte waarachter het winkelmeisje op mij bleef wachten. 

Daar, in die wc, moest ik aan mijn vader denken. Aan al die duizenden andere ouderen, gehandicapten, kleine kinderen en mensen als jij en ik die zomaar ook eens heel gauw een wc nodig hebben. Hoe arm kan Soest zijn! En ik schaamde mij. Voor dorpsgenoten die niet meer hun deur uit durven, voor kinderen die het in paniek in hun broek doen, voor buitenlandse toeristen die er niets van snappen: ,,Dat je voor een wc moet betalen, is al gek. Maar dan zijn die er ook nog niet eens!’’ En voor mijn vader die ik destijds heb uitgelachen.’’

Soest, ik vraag het nogmaals: gebruik een deel van onze ozb voor wc’s. Winkeliers, organiseer samen schone toiletten, desnoods met een muntapparaat!

bijsluiter

Helma van den Berg is journalist gezondheidszorg en woont in Soest

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)