Mijmeringen over Sinterklaas en Zwarte Piet

door Alex Engbers

Wat mijmeringen over Sinterklaas en Zwarte Piet

In deze bijdrage geen begrippen als KOZP of BlokkeerFriezen. Er is door de flanken onderhand genoeg olie op het vuur gegooid. Hun meningen zijn door alle nieuwe en oude media uitgebreid weergegeven.

 Dit is daarentegen een poging te zoeken naar ‘common ground’, of in goed Nederlands ‘gemene grond’. Die plek waar het wederzijds begrip daagt, waar de de-escalatie kan beginnen.

 Het feest van Sinterklaas en Zwarte Piet is eeuwenoud. Het wordt in verschillende delen van Europa gevierd. Het is een kinderfeest waarbij de kinderen steeds weer geconfronteerd worden met twee fantasie-personen die in essentie staan voor ‘goed’ en ‘kwaad’.

Aan de ene kant staat Sinterklaas, losjes gebaseerd op het leven van de bisschop van Myra. Een man die enkel goed is: de Goedheiligman heet hij dan ook. Een altruïst van het zuiverste water die niets liever doet dan lieve kindertjes cadeautjes geven. Wie zoet is krijgt lekkers. Als kind krijg je zo met de paplepel ingegoten dat je goed moet doen. En dat je daarvoor beloond wordt.

Aan de andere kant staat het duistere, het donkere. We noemen hem Zwarte Piet. Ooit had hij zwarte strepen omdat hij ‘uit de grond’ was gekropen. Een knipoog naar onze sterfelijkheid. Later gleed hij zogenaamd door schoorstenen naar binnen en kreeg roetvegen. En na de Tweede Wereldoorlog, toen de welvaart steeg, werd Zwarte Piet steeds beter zwart geschminkt, kreeg hij steeds kleurrijkere kleren en zelfs gouden oorbellen. Zwarte Piet werd gepimpt omdat we meer geld te besteden hadden. Maar alle uiterlijke pracht ten spijt is hij de facto nog steeds in essentie de tegenhanger van het goede. Hij is het kwaad in persoon. Hij kan je meenemen in zijn zak, de donkerte in. Kinderen begrijpen dat en voelen de angst. Precies wat het feest ook beoogt: enige griezelangst voor het foute.

Tv- uitzendingen hebben de laatste twintig jaar geprobeerd deze basale tweedeling te verdoezelen. Sinterklaas verwerd soms tot een soms dommelende sufferd, Zwarte Pieten werden op tv steeds aardiger en slimmer. Ten behoeve van smakelijke tv is de stichtende tweedeling tussen goed en kwaad, de impliciete levenslessen voor onze kinderen, daarmee deels ondergesneeuwd.

 In Nederland zijn er verscheidene mensen die Zwarte Piet met slavernij en racisme verwarren. Over beide begrippen is meer te zeggen dan in veel discussies wordt gehoord. Vooropgesteld: slavernij is een grove schande. Weinigen ter wereld zullen dat betwisten. Het is verschrikkelijk om mensen hun zelfbeschikking af te pakken. Dat algemene gevoel van afkeuring heeft echter nooit kunnen voorkomen dat slavernij van alle tijden en van alle continenten is geweest. Slavernij is overigens niet enkel het verhaal van de naar Noord-en Zuid-Amerika gebrachte negers. Ook in Azië en in Europa zijn sinds mensenheugenis miljoenen mensen tot slaaf gemaakt.

Nog een in mijn ogen relevant aspect: de meeste slaven die tussen de 17e en 19e eeuw door Europeanen naar de Amerika’s zijn gebracht, zijn niet door Europeanen tot slaaf gemaakt. Europeanen waren vooral transporteurs en gebruikers van slaven. Verschrikkelijk natuurlijk en reden voor schaamte en excuus, maar het is niet onbelangrijk te weten dat ze zelden in Afrika mensen tot slaaf maakten. De Europeanen kochten de slaven in West-Afrika op, die al door andere Afrikanen tot slaaf waren gemaakt. Dat is een belangrijk gegeven omdat slavernij niet gaat over witte versus zwarte mensen. Het gaat over machtsongelijkheid, los van kleur en ras. Over het ontbreken van beschermende tegenkracht. Over ontmenselijking van mensen.

 Dan over racisme. Een al even verschrikkelijk gegeven dat mensen die het ontmoeten tot in het diepst van hun ziel kan krenken. Ook daarvoor geldt dat het helaas van alle tijden en van alle continenten is. Racisme is geen uitvinding van de blanke mens. Wie reist kan daarvan getuigen. Het zit diep in onze genen verankerd, zo zegt de Franse filosoof Girard met zoveel woorden, om af en toe een zondebok te zoeken om de eigen gelederen weer te kunnen sluiten. Dat geldt voor alle exemplaren van de homo sapiens, ongeacht hun afkomst. Ook Indianen, Chinezen en Afrikanen spelen de racistische kaart in tijden van onzekerheid.

Racisme moet bestreden worden omdat het andere mensen uitsluit, maar die oprechte en lovenswaardige wens wil niet zeggen dat het ook uit te roeien valt. We moeten altijd weer bedacht zijn op nieuwe vormen van uitsluiting, omdat het onvervreemdbaar bij ons hoort. Hoe hard je ook vindt dat racisme niet mag, dat betekent nog niet dat het verlangen naar een zondebok - zeker in verwarrende tijden - niet meer zal opvlammen. Dat gevaar sluimert altijd. Racisme heeft daarom het karakter van een veenbrand.

 Zwarte Piet is volgens mij geen uiting van racisme. Wie als kind met de traditie van Sinterklaas en Zwarte Piet is opgegroeid zal dat ook niet snel denken. Kijk naar de wijze waarop het feest op de Antillen wordt gevierd. Zwarte Piet mag er daar gewoon zijn.

En terzelfder tijd is het niet vreemd dat negroïde mensen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen Zwarte Piet anders ervaren. Wat zij zien is een archetypische slaaf. En dat doet hen pijn. Dat het nooit de bedoeling is geweest van Nederlandse schminkers om van Zwarte Piet een crypto-slaaf te maken en dat de oorsprong en betekenis van het heerschap ergens anders ligt, is voor hen haast niet te bevatten. Hun referentiekader is te verschillend van wie in Nederland als kind in het verhaal van Sinterklaas en Zwarte Piet heeft geloofd.

 Ooit hebben we in dit land het polderen uitgevonden. Als we hier met elkaar willen leven dan moeten we afspraken maken over hoe we problemen oplossen. Wat is onze grootste gemene deler, want als we die vinden hebben we per definitie draagvlak voor wat ons te wachten staat. Op eindeloos veel terreinen hebben we getoond dit te kunnen. Mede daarom is dit land ook zo veilig en voortvarend.

Polderen, zo heeft de geschiedenis ons geleerd, vraagt twee kwaliteiten. Ten eerste het vermogen om precies te zeggen wat je wilt, en ten tweede het vermogen en de bereidheid om goed te luisteren naar de wensen van de ander.

 Als ik met betrekking tot Sinterklaas en Zwarte Piet een voorzet mag geven: we hebben in Nederland een eeuwenoude traditie om kinderen met behulp van Sinterklaas en Zwarte Piet iets mee te geven. Namelijk de elementaire beginselen van goed en kwaad, verpakt in een enerverend om niet te zeggen superspannend kinderfeestje dat op 6 december weer afgelopen is.

Daarnaast wonen er in Nederland inmiddels velen die niet zijn opgegroeid met Sinterklaas en Zwarte Piet. Hun pijn over de huidige verschijningsvorm van Zwarte Piet mag gehoord worden.

Wat ligt er dan meer voor de hand dan dat iets of iemand van statuur - een premier, een politieke partij, een elder statesman - het voortouw neemt om de redelijkheid van beide opvattingen elkaar te laten ontmoeten? Eén echt gesprek moet voldoende zijn, mits er de bereidheid is naar elkanders argumenten te luisteren.

Als we enerzijds onderkennen dat Sinterklaas en Zwarte Piet even onscheidbaar zijn als goed en kwaad, en anderzijds dat de verschijningsvorm van Zwarte Piet altijd weer is aangepast aan de tijd, dan kan het toch niet moeilijk zijn om met een redelijk Pieten-pact de onverzoenlijke flanken-vertegenwoordigers in deze discussie de wind uit de zeilen te nemen.

Om iedereen weer van dit gelaagde kinderfeest te laten genieten.

Van Friesland tot Amsterdam.

bijsluiter

Alex Engbers is journalist en raadslid in Amersfoort voor het CDA. Daarnaast schrijft hij levensverhalen.

opmerkingen