Grimlach 34 Woudreuzen in een woonstraat

door Arjeh Kalmann

Het nieuws ligt op straat. In dit geval: hangt op straat.

De jaarlijkse onderhoudsbeurt van de bomen in ons straatje in het Vermeerkwartier is aan de gang. De bomen hebben hun broodnodige stikstofopnemers afgeschud; de straten, stoepen, tuinen en dakgoten bulken van het blad.

Jongens die vroeger gevraagd werd wat ze later wilden worden, zeiden treinmachinist of piloot. Een enkeling wilde politie worden of cowboy (spreek uit: koiboi). Als ik nu jong zou zijn en mij gevraagd werd een toekomstig beroep te kiezen, zou ik zeggen: takafzager. Wat een stoer beroep is dat! 

Foto 1 Woudreus.jpg

Je staat in je eentje in zo’n bakje in de lucht, hebt een aantal mechanische zagen aan boord en een instrumentarium waarmee je je voertuig zelf kunt laten rijden en waarmee je je bakje precies naar de tak kan dirigeren die eraf moet. Je zaag gaat door de dikste tak heen als een elektrisch mes door een appeltaart.

Een tweede beroepskeuze zou houtversnipperaar zijn. Je pakt dan alle takken op die je collega daarboven heeft afgezaagd en stopt die in een mobiele machine die het hout opslurpt en in mootjes hakt en tot nieuwe brandstof voor energiecentrales vermaalt. Ook heerlijk werk, maar minder indrukwekkend dan die vrij zwevende baan daarboven.

grimlach34-2.jpg

Met hun jaarlijkse bezoek aan mijn straatje, dat ik overigens binnenkort na ruim veertig jaar ga verlaten, houden de helden van het groenbedrijf de bomen gezond. Ze bevorderen, denk ik, de groei ervan. Dat is voor mij, beroepsmatige azijnpisser, het enige minpuntje van die klus. De bomen zijn namelijk al zo groot. Veel te groot voor een woonstraatje. Deze Amerikaanse eiken zouden het als solitaire woudreuzen prima doen in bijvoorbeeld Den Treek.

In de jaren zeventig werden de bomen in ons straatje van de ene dag op de andere, totaal onverhoeds voor de straatbewoners, gekapt. Ze zouden ziek zijn geweest, maar niemand van ons kon dat toen checken of bevestigen. Een paar weken later stonden er even plotseling nieuwe bomen in onze straat. Niet per se op dezelfde plekken waar hun voorgangers hadden gestaan, maar à la, overleg over dat soort dingen was toen nog geen bestuurlijke praktijk. Ook niet over de bomenkeuze trouwens. Iemand op het stadhuis vond waarschijnlijk dat die uitheemse eik wel geschikt was voor ons straatje.

De Amerikaan die voor ons huis kwam te staan, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een volwassen, zeg maar uit de kluiten gegroeide reus. Hij vreet alles op wat in onze voortuin probeert te groeien, hij doet de stoep bollen en hij is er vorig jaar in geslaagd met een van zijn immense wortels onze riolering binnen te dringen, hetgeen het doorspoelen na de toiletgang bij ons thuis niet tot een feest maakte.

We moesten een flink stuk nieuw riool laten aanleggen. Ik vroeg de gemeente vriendelijk of er een vergoeding bestaat voor ondergrondse schade die aangericht wordt door gemeentelijke bomen, en daar kwam een zo afstandelijk en negatief antwoordbriefje op van een van de gemeentelijke juristen dat ik het er maar bij heb laten zitten. Soms denk ik wel eens dat Amersfoort een bestuurder als die Hagenees Richard de Mos zou kunnen gebruiken: iemand die bij signalen van onvrede op onderzoek uitgaat in plaats van alles kil en juridisch af te handelen.

Ik zal mijn boom die door alle duiven uit de verre omgeving gebruikt wordt als vaste schijtplek, zeer zeker gaan missen. Ik wens hem en de andere kanjers in mijn straatje het allerbeste. En ik zal de nieuwe bewoners van ons huis laten weten dat onze, o nee hun voortuin zich het beste leent voor asfaltering.

opmerkingen

  • nog geen reacties
(maak u bekend met uw volledige naam)

Steun de Stadsbron!

U steunt ons met een gift via IDeal al met een bedrag vanaf 2 euro per artikel.

Draag bij!