1 reactie

Dossier Bouwkoorts (1): Amersfoort blijft bouwen voor elders

door Eric van der Velden

‘Verduurzaming, in combinatie met de groei van de stad, zien wij als onze grootste opgave’, aldus het Amersfoortse coalitieakkoord 2018 - 2022. Gaat dat wel samen: 13.000 nieuwe woningen bouwen in een korte periode én tevens een beter leefklimaat creëren? Met een reeks artikelen neemt de De Stadsbron een diepe duik in de ongebreidelde groeiambitie. In aflevering 1: de stand van zaken.

‘Amersfoort wil géén groeistad worden’ kopt De Telegraaf in september 1977. Het artikel vat kort en bondig samen waar de pijn zit voor de stad en de omliggende gemeenten. Van bovenaf bepalen rijk en provincie dat  boven de al bestaande plannen nog eens 10.000 woningen gebouwd moeten worden.

Amersfoort had al een enorme groeispurt voor de kiezen gekregen. Het heftige protest tegen de annexatie van Hoogland en Hooglanderveen was nog niet geluwd, de wijken Schothorst Zuid en Rustenburg waren al toegevoegd, het plan voor Schothorst Noord  ligt op de tekentafel, en nu bepalen het rijk en provincie  dat de betonmolens blijven draaien in de gebieden die wij nu kennen als de wijken Zielhorst, Kattenbroek, Nieuwland en Vathorst.

Deugt de CBS-prognose van de bevolkings- en werkgelegenheidstoename eigenlijk wel?, vragen de gemeenteraden zich af. En waarom mag er niet alleen voor de eigen bevolking worden gebouwd? Het provinciale streekplan biedt ‘geen mogelijkheid om vestigingsoverschotten uit andere delen van het land effectief uit Amersfoort te weren,’ zo luidt de klacht.

Vestigingsoverschotten. Een ambtelijk woord voor gezinnen en stelletjes die met name in de Randstad naast een betaalbaar koop- of huurhuis grijpen. Een nijpend probleem in de vier grote steden. Omdat de druk op de woningmarkt en bedrijventerreinen in de vier grote steden de pan uit rijst, moeten er overloopgebieden komen. En zelfs nieuwe steden. In de polder wordt Almere uit de grond gestampt. Bij Utrecht Leidsche Rijn.

Geen keus

_DSC9725.jpg

Amersfoort heeft geen keus. Amersfoort was al groeistad en wordt nog meer groeistad. Het inwoneraantal stijgt vanaf 1995 met bijna 40 procent. De ‘gebundelde deconcentratie’ zoals de beleidsdoelstelling van het rijk in die jaren heet (Amersfoort bouwt, de omliggende regio gaat op slot) voorkomt niet dat het Gelderse Nijkerk met een groei van 57 procent nog explosiever buiten de eigen oevers treedt. Leusden, Soest en Bunschoten doen het rustiger aan met respectievelijk 5, 8 en 11 procent. Deze cijfers passen in de wereldwijde trend van de urbanisatie. Mensen en bedrijven vestigen zich het liefst in gebieden die economisch en cultureel het sterkst zijn. In de periode dat Eemland de sluizen openzet, lopen gemeenten in met name Zeeuws-Vlaanderen, Noord- en Oost Groningen en Zuid-Limburg leeg. In een stad als Kerkrade daalt de bevolking in dezelfde periode met 12 procent. Op dit moment maken 91 gemeentes zich serieus zorgen over krimp.

Al is de regio Amersfoort officieel geen Randstad, het hoort inmiddels wel bij  de buitenste ring van het drukst bevolkte deel van ons land. Van de werkende Amersfoortse inwoners verdient 41 procent het salaris in Amsterdam en Utrecht, zo weet het CBS. Niet verwonderlijk dus dat er vele miljoenen nodig waren en nog steeds zijn voor de files op A1 en de A28. Niet verwonderlijk ook dat NS met moeite het forensenverkeer aan kan en dat er onder station Amersfoort een mega-fietsenstalling komt.

Kleinste provincie

Het zijn niet langer het rijk en de provincie die de regio Amersfoort dwingen tot verder bouwen. Dat wil de regio nu zelf, zij het wel geheel in de geest van deze twee hogere bestuurslichamen. De Nationale Woonagenda 2018 - 2021 van minister Kajsa Ollongren (D66) stelt dat er voorlopig jaarlijks 75.000 nieuwe woningen nodig zijn voor het lenigen van de grootstedelijke woningbehoefte. Op wat stimuleringsmaatregelen na pakt het rijk geen regie bij de uitvoering. Die ligt bij de lagere overheden. 

De provincie Utrecht is ook aan het prognotiseren geslagen en komt uit op een eigen jaarlijkse doelstelling van 7000 à 8000 nieuwe woningen. Een uitkomst waar de minister niet ontevreden mee hoeft te zijn. Als kleinste en een van de meest dicht bevolkte provincies committeert Utrecht zich aan de realisatie van circa 10 procent van de landelijke doelstelling. 

De stad Amersfoort blijft niet achter en zet voor een tijdsbestek van tien jaar in op 13.000 woningen, ruim 2,5 keer het woningenbestand van de wijk Kattenbroek. Het college gaat er vanuit dat de stad 180.000 inwoners telt in 2040, een groei van kleine twintig procent in vergelijking met het huidige aantal. De twee meest nabije grote steden zetten eveneens stevig in op doorgroeien. Utrecht maakt beleid op 49.000 nieuwe woningen, Amsterdam doet dat voor in het totaal 52.000 woningen. De urbanisatie wordt opnieuw gefaciliteerd. Voor heel Nederland groeit het bevolkingsaantal nog maar weinig, tegenwoordig uitsluitend als gevolg van buitenlandse migratie. 

Deze cijfers over de woningvraag zijn uiteraard niet uit de lucht gegrepen, maar gebaseerd op prognoses van gespecialiseerde adviesbureaus. Soms spreken de deskundigen elkaar tegen met hun adviezen. De een zegt dat er in Amersfoort slechts beperkt behoefte is aan eengezinshuurwoningen voor de middeninkomens, de ander stelt dat er voor die doelgroep juist wel moet worden gebouwd. Uitblinken in toegankelijkheid doen deze rapporten niet. Zo luidt het belangrijkste advies van Companen aan Amersfoort: ,,Werk eerst de programmering van de binnenstedelijke locaties uit. Kies hierbij voor segmenten die veel in de wijk aanwezig zijn de onderkant van de bandbreedte. Het ‘tekort’ in dat segment dat zo in de programmering ontstaat, kan ingevuld worden op de grote uitleglocaties, omdat daarmee variatie in de behoefte is.’’ Bedoeld wordt dat je eerst in de stad zelf moet bouwen voor de onderkant van de markt, omdat de nood aan sociale huur- en koopwoningen het grootst is. Vervolgens kijk je aan welke type woningen nog een tekort is, en dat compenseer je dan met nieuwbouwwijkjes in de polder.  

De bouwambitie is regionaal afgestemd. Met Baarn, Bunschoten, Eemnes, Woudenberg, Leusden, Barneveld en Soest heeft Amersfoort een Regionale Ruimtelijk Visie (2017) opgesteld. De lijvige nota laat zich lezen als een intentieverklaring: wat groen en dorps is laten we groen en dorps en versterken dat waar mogelijk; bouwen doen we bij voorkeur in gebieden die toch al verstedelijkt zijn. Vooral in Amersfoort dus. Ook volgens deze visie moeten de bouwbedrijven aan de slag. ,,Een hoge druk op de woningmarkt is op korte termijn misschien niet problematisch,’’ zo staat er, ,,Maar op de lange termijn leidt dit tot schaarste, prijsopdrijving, een minder toegankelijke woningmarkt, verdringing, groeiende sociale ongelijkheid en stagnatie.’’

Macht

Elke gemeente stelt apart met de provincie een zogeheten Ruimtelijke Agenda op. Daarin worden de locaties benoemd waar woontorens en wijkjes mogen verrijzen. De macht van de provincie is groot. Groene en rode contouren definiëren de gebieden waar de gemeenten wel of geen bouwvrijheid genieten. Voor de schemergebieden is toestemming en vaak ook financiële steun van de provincie nodig. 

De provincie vervult een dubbelrol. Enerzijds beschermer van het groen en de leefbaarheid, anderzijds aanjager van de bouwplannen en de economie.  Een ‘divers woningaanbod en een goed voorzieningenniveau’  is volgens de Provinciale Structuurvisie noodzakelijk om een ‘topregio’ te blijven. Maar dat geldt voor de provincie in dezelfde mate ook voor de bereikbaarheid, het vestigingsklimaat voor bedrijven, het behoud en de ontwikkeling van het groen, en ‘een leefomgeving die duurzaam is en anticipeert op klimaatverandering en energietransitie.’ Hoe lastig bereikbaarheid zich in de praktijk laat combineren met behoud van natuur ondervindt Amersfoort op dit moment aan den lijve met de aanleg van de Westelijke Rondweg. Voor een volgebouwde stad van 180.000 mensen is dit stukje asfalt volgens de gemeente noodzakelijk, nu doet het voor de tegenstanders absurd aan dat voor dit doel 3.500 bomen moeten sneuvelen. 

Gedeputeerde Pim van den Berg (D66) van Ruimtelijke Ordening is helder over waar de provinciale prioriteit ligt. ,,We moeten stoppen met de collectieve hoogtevrees die bestuurders hebben,’’ zegt hij in een interview met het vakblad Cobouw. Met hem valt pas te praten over bouwen in de polder als elk plekje in het verstedelijkt gebied optimaal is benut. Daar denkt de provinciale VVD anders over. Omdat hoogbouw in bestaande wijken complex, duur en procedureel tijdrovend is, wordt gevreesd voor een veel te traag inspelen op de woningbehoefte. Geen onterechte vrees, ook Van den Berg vindt dat de gemeenten het bouwtempo op moeten schroeven. Plannen genoeg, maar nog te weinig plannen zijn naar de zin van de provincie al keihard.

Woontoren

legeplek.JPG

Over de stad Amersfoort kan Van den Berg geen klagen hebben. De raad heeft nog geen groen licht gegeven voor een twaalf verdiepingen tellende woontoren met betaalbare huurflats in de volkswijk Liendert, of er komen al weer plannen naar buiten voor nieuwe woontorens in Schothorst en De Nieuwe Stad. Ook is de parkeernorm aangepast. Voor bewoners van sociale woningen komt minder plek om te parkeren beschikbaar, wat de bouwkosten drukt. Ondergrondse parkeergarages zijn duur en daarom  voorbehouden aan appartementen in de vrije sector. 

De huidige bewoners van Liendert zitten niet te wachten op de woontoren. Bij de raad heeft de buurt tevergeefs gewaarschuwd voor verkeersproblemen, verlies aan groen en een toename van overlast in een wijk die toch al niet als de meest veilige bekend staat. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen is de burger sowieso niet of nauwelijks gewezen op de gevolgen van de groeiambitie. Alle partijen beloofden zich in te spannen voor een groene en schone stad en het bestrijden van de woningnood, maar niemand had het nog over de vraag die vijftig jaar geleden de gemoederen zo bezig hield: wil Amersfoort nog wel blijven bouwen voor de vraag van elders, wil Amersfoort wel 20 procent meer inwoners met alle onvermijdelijke grote stadsproblematiek die daar bijhoort?

Ondertussen zoekt de vraag zijn eigen weg. Gelderland wordt meer en meer het nieuwe overloopgebied. Uit cijfers blijkt dat steeds meer Randstedelingen vanwege het beter betaalbare aanbod naar Oost-Nederland verhuizen. Apeldoorn, Ede, Zutphen en zelfs Arnhem blijken niet langer een brug te ver. Het ministerie van Binnenlandse Zaken vindt dit zo opvallend dat zij wil weten wat deze trend betekent voor Gelderland op de langere termijn. Een ding laat zich al aardig voorspellen: als er geen bedrijven mee verhuizen dan zal het forenzenverkeer nog intensiever worden. Duurzaam is anders. 


bijsluiter

Dit is het eerste artikel over de Amersfoorts groeiambities, mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. In de komende afleveringen onder meer: de woningbehoefte nader bekeken, de rol van de bouwers, de standpunten van de politiek, terugblikken op nieuwbouwprojecten.

opmerkingen

(maak u bekend met uw volledige naam)